ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3306
Rechtbank Breda · 01-02-2011 · zaaknummer 638688 VV EXPL 11-1
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Proeftijdbeding. Art. 7:652 BW schrijft voor dat de proeftijd schriftelijk moet worden overeengekomen. In het onderhavige geval is voorshands niet gebleken dat aan de eis van schriftelijkheid is voldaan. De concept arbeidsovereenkomsten zijn niet door de werknemer ondertekend en het staat ook niet vast dat partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de CAO op de tussen hen gesloten arbeidsovereenkomst van topeassing is. Verder zijn er voorshands geen omstandigheden vast komen te staan, die maken dat een beroep op een ontbrekende gebondenheid aan het proeftijdbeding wegens het niet ondertekend hebben van het door de werkgever opgestelde arbeidscontract, geen stand kan houden. Derhalve is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet gebleken dat er een proeftijd tussen partijen is overeengekomen. De arbeidsovereenkomst blijkt door de werkgever niet rechtsgeldig te zijn opgezegd. Nu er van uit moet worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is blijven bestaan, slaagt de door de werknemer ingestelde loonvordering.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M. Looije
- S. Lammers
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
