ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9147
Rechtbank Breda · 12-11-2007 · zaaknummer AWB 06/2478
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft van zijn zakenpartner in het jaar 2002 een vergoeding ontvangen van ruim € 2 mln. Deze vergoeding is afgeleid van de waarde van de ondernemingen van deze zakenpartner. De rechtbank is van oordeel dat de vergoeding als inkomen uit werk en woning moet worden aangemerkt. Uit de gedingstukken en de toelichting ter zitting volgt namelijk dat het samenwerkingsverband tussen belanghebbende en zijn zakenpartner vooral geïnspireerd was door de reputatie die belanghebbende kennelijk genoot ter zake van zijn fysieke overtuigingskracht. Belanghebbende zou, qua fysieke uitstraling en in zijn hoedanigheid van woonwagenbewoner, het betaalgedrag van schuldeisers van zijn zakenpartner positief kunnen beïnvloeden. De rechtbank is van oordeel dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden wat zijn zakenpartner anders bewogen kan hebben om, zonder kennelijke tegenprestatie in andere zin, de helft van de resultaten van zijn ondernemingen aan belanghebbende toe te zeggen. De stelling van belanghebbende dat de vergoeding als winst uit aanmerkelijk belang moet worden belast, wordt dan ook door de rechtbank verworpen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst
verweerder · overheid
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Overheidspartijen
Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
