ECLI:NL:RBBRE:2007:BA6143
Rechtbank Breda · 30-05-2007 · zaaknummer 427689 cv 07-144
Inhoudsindicatie
Civiel recht - Arbeidsrecht - Verjaring? - Vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging is een rechtsvordering "tot nakoming van een verbintenis" in de zin van art. 3:317 lid 1 BW en niet "als andere rechtsvordering" in de zin van art. 3:317 lid 2 BW - Beroep op verjaring afgewezen nu uit de inhoud van de beide overgelegde brieven blijkt, dat eiser (als schuldeiser) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming heeft voorbehouden - Kennelijk onredelijk ontslag? - Geen valse of voorgewende reden - Niet voldoen aan substantiëringsplicht - Gevolgencriterium - Van "kennelijk" onredelijk ontslag geen sprake - Namens eiser aan vordering ten grondslag gelegde stellingen kunnen toewijzing vordering niet dragen.
Rechters
Advocaten
- H.A.P. Driessen
- I.M. van den Heuvel
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
