ECLI:NL:RBBRE:2006:AX9080
Rechtbank Breda · 21-06-2006 · zaaknummer 02-700014-06
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft als bestuurster van een landbouwtractor een aanrijding veroorzaakt, ten gevolge waarvan een persoon is overleden. De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde doodslag bewezen. De betreffende tractor was aan de voorkant voorzien van een hefinstallatie met daarop een zodanig hoge stapel kratten dat het directe uitzicht kort voor de tractor belemmerd was over ongeveer 26 meter. Verdachte heeft het slachtoffer niet gezien en is over haar heen gereden. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat bij verdachte sprake was van een willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans op een aanrijding met een verkeersdeelnemer in de recht voor haar bevindende rijstrook en daarenboven is niet komen vast te staan dat zij die kans op de koop toe heeft genomen. De rechtbank komt op grond van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 tot een veroordeling ter zake roekeloos rijden en veroordeelt verdachte tot een werkstraf gedurende 240 uren, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en voorts tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van drie jaren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
