ECLI:NL:RBBRE:2006:AV4041
Rechtbank Breda · 06-02-2006 · zaaknummer AWB 05/1896
Inhoudsindicatie
Belanghebbende verleent opties op aandelen in haarzelf aan werknemers van haar (buitenlandse) dochtervennootschappen. In de optieovereenkomst staat dat de werknemers bij uitoefening van het optierecht, naast de uitoefenprijs, aan belanghebbende een vergoeding van 1% voor kosten moeten betalen. Naar het oordeel van de rechtbank vormen de betalingen van deze 1% geen informeel kapitaal nu aan het bewustheidsvereiste niet is voldaan. Het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2001, nr. 35.074, BNB 2001/160 brengt niet met zich mee dat elke betaling door een optiehouder aan de optierechtverlenende vennootschap als kapitaalstorting moet worden gekwalificeerd. Mitsdien behoren de betalingen tot het resultaat van belanghebbende
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst [P]
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst [P]
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
