ECLI:NL:RBBRE:2005:AS8520
Rechtbank Breda · 11-02-2005 · zaaknummer 04 / 421 WW
Inhoudsindicatie
Eiser trad na werkloosheid in loondienst. Werkgever bood een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan. Eiser bleek dat die overeenkomst afweek van al gemaakte mondelinge afspraken, o.a. ten aanzien van loon en duur van de overeenkomst. Na eisers melding daarvan heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigd, gebruik makend van het proeftijdbeding. Verweerder (UWV) heeft de WW-uitkering geweigerd i.v.m. de verwijtbaarheid van eiser. De rechtbank overweegt dat eiser niet zonder weerwoord heeft hoeven aanvaarden dat schriftelijk zou worden vastgelegd hetgeen niet was afgesproken. Werknemers mogen in het algemeen van werkgevers vragen om gemaakte afspraken omtrent arbeidsvoorwaarden in een schriftelijke arbeidsovereenkomst op te nemen en zonodig daarover de nodige discussie te voeren met de werkgever. Dat geldt te meer voor wezenlijke arbeidsvoorwaarden. Verweerder heeft niet onderzocht of eiser nog enige kans op herstel van het arbeidsconflict heeft gehad. Verweerder heeft op onjuiste gronden aangenomen dat eiser zich zodanig heeft gedragen dat hij redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat zijn gedrag de beëindiging van zijn dienstbetrekking tot gevolg zou kunnen hebben.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
