Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBBRE:2001:AD5006

Rechtbank Breda · 02-10-2001 · zaaknummer 00 / 1804 AW

Bestuursrecht; Bestuursrecht; AmbtenarenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 66.3 Barp verzet zich tegen het verrichten van barwerkzaamheden door een politie-ambtenaar. Melding van eiseres, politie-ambtenaar, dat zij barwerkzaamheden in café X te B gaat verrichten. Verweerder heeft op 4 september 1998 meegedeeld dat het verbod als bedoeld in art. 66.3 Barp van toepassing is. Rechtbank merkt deze mededeling aan als een rechtsoordeel, aangezien niet van eiseres verlangd had kunnen worden dat zij in het café aan het werk was gegaan om vervolgens af te wachten door welke rechtsgevolgen zij zou worden getroffen. Sprake van een besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Verweerder heeft - gelet op artikel 66, derde lid, van het Barp - het standpunt ingenomen dat het niet toelaatbaar is dat eiseres barwerkzaamheden in café X gaat verrichten. Een nadere uitwerking van het voornoemde artikel is neergelegd in de nota Kaders nevenactiviteiten politieregio Midden en West Brabant. In het onderhavige geval heeft verweerder doorslaggevende betekenis toegekend aan de vraag of in de nevenfunctie het risico van een persoonlijke confrontatie vanwege de functie van BPF-B aanwezig is, de vraag of zich in belangrijke mate publieke effecten kunnen voordoen waardoor een op zichzelf oorbare nevenfunctie extern negatief beoordeeld wordt en de vraag of de nevenfunctie een negatieve uitwerking kan hebben op de handhavingsmogelijkheden in de hoofdfunctie. In zijn verweerschrift heeft verweerder gemotiveerd aangegeven dat van bovenvermelde beoordelingsaspecten met name belang toekomt aan het gevaar voor belangenverstrengeling en het gevaar voor ongewenste beeldvorming. Deze aspecten zijn volgens verweerder uitdrukkelijk aanwezig indien eiseres in haar bewakingsgebied tapwerkzaamheden gaat verrichten. De rechtbank kan de zienswijze van verweerder onderschrijven. Eiseres kan de werkzaamheden in de beoogde nevenfunctie niet scheiden van haar verantwoordelijkheden als politiefunctionaris, in het bijzonder niet gelet op het bepaalde in art. 59 Barp, waaruit volgt dat de politieambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zich niet kan beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn in die gevallen waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist. Met haar opvatting dat de barwerkzaamheden in café X niets te maken hebben met het werk van politiefunctionaris heeft eiseres dan ook miskend dat zij - eenmaal werkzaam in dat café - in de situatie kan komen te verkeren dat haar optreden als politiefunctionaris is vereist dan wel dat zij wordt geconfronteerd met collega's in de uitoefening van hun functie. Te denken valt daarbij onder meer aan horecatoezicht, alcoholcontroles en het optreden bij strafbare feiten. Voorts heeft de rechtbank in haar overwegingen betrokken dat bij de combinatie van de hoofdfunctie van eiseres met de (beoogde) tapwerkzaamheden de kans op ongewenste beeldvorming niet ondenkbeeldig is. Niet onbelangrijk acht de rechtbank in dit verband dat eiseres de beoogde werkzaamheden in haar bewakingsgebied wenst te verrichten en dat verweerder heeft gesteld dat eiseres bij het publiek in dat gebied bekend is in haar hoedanigheid van politiefunctionaris, hetgeen eiseres overigens niet heeft weersproken. Eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat dit steeds minder wordt, daar zij per 1 september 2000 een administratieve functie bekleedt, in welke functie zij geen politietaken meer op straat vervult. Dit doet echter niet af aan hetgeen hiervoor omtrent de ongewenste beeldvorming is overwogen, daar eiseres naar eigen zeggen bijna twintig jaar als politiefunctionaris op straat heeft gewerkt en niet valt in te zien dat de hierdoor opgebouwde bekendheid bij het publiek niet gedurende vele jaren doorwerkt. Volgens verweerder is het in geval van capaciteitsgebrek bovendien niet ondenkbaar dat eiseres zonodig executief wordt ingezet. Ongegrond beroep. Korpsbeheerder politieregio Midden en West Brabant te Tilburg, verweerder. mrs. Van Andel, Van Gameren, Volkers

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.