ECLI:NL:RBBRE:2000:AA8350
Rechtbank Breda · 11-09-2000 · zaaknummer 99/1636 WW COO
Inhoudsindicatie
Als voor de werknemer geldende termijn van opzegging in de zin van art. 64, aanhef en onder b, van de WW wordt beschouwd de opzegtermijn die krachtens het BW jegens eiseres bij opzegging in aanmerking moest worden genomen. Schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging als loon in de zin van art. 67 WW aangemerkt met verwijzing naar onder meer RSV 1993/100. Vervolgvraag is of er enige periode in de zin van art. 64 WW valt aan te wijzen waarin dit loon verschuldigd is geworden. Naar het oordeel van de rechtbank dient een redelijke interpretatie van de onderhavige bepalingen tot de conclusie te leiden dat in casu als de voor de werknemer geldende termijn van opzegging in de zin van art. 64, aanhef en onder b, van de WW wordt beschouwd de opzegtermijn die krachtens het BW jegens eiseres bij opzegging in aanmerking moest worden genomen, doch die bij de onderhavige onregelmatige opzegging ten onrechte niet in acht is genomen. De enkele omstandigheid dat die onregelmatige opzegging in zoverre als rechtsgeldig wordt beschouwd dat zij beëindiging van die dienstbetrekking tot gevolg heeft gehad, doet daaraan niet af. Die onregelmatigheid kan leiden tot een blijkens art. 7:680 van het BW aan de rechtens juiste opzegtermijn gerelateerde schadevergoeding. Beroep gegrond en vernietiging besluit. Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mr. Cooijmans
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
