ECLI:NL:RBASS:2012:BX8886
Rechtbank Assen · 18-09-2012 · zaaknummer 19.605796-11
Inhoudsindicatie
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank gaat uit van de volgende feitelijke gang van zaken. Verdachte was op 1 oktober 2011 aanwezig op het verjaardagsfeestje van [getuige SV] aan de Iepenlaan in Zuidlaren. Het feest vond buiten de woning plaats onder de carport die met neerhangende zeilen was afgeschermd van de tuin en de oprit en aldus dienst deed als “partytent”. Er waren 32 mensen op het feest. Op enig moment is er een ruzie ontstaan in de partytent tussen een aantal aanwezige gasten en het latere slachtoffer []. Deze ruzie liep uit op een vechtpartij waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, onder meer een gebroken oogkasbodem en een gebroken jukbeen, heeft opgelopen. Het gebeuren die avond kan worden onderscheiden in fases. De eerste confrontatie tussen [slachtoffer] en de groep vindt plaats in de partytent. Deze eerste confrontatie verplaatst zich van de partytent naar buiten en loopt in de tijd gezien over in de tweede confrontatie. De tweede confrontatie vindt plaats direct buiten de partytent en op het grasveld voor de woning. De tweede confrontatie stopt als [slachtoffer] kans ziet om weg te vluchten van de groep. Als [slachtoffer] korte tijd later bij de auto van [getuige PB] staat te wachten op [getuige PB] omdat zij naar huis willen gaan, verzamelt zich weer een groepje mensen bij [slachtoffer] (derde confrontatie). Uit de aangifte en uit de verklaringen van (mede-)verdachten en getuigen blijkt dat tijdens de eerste confrontatie en tijdens de tweede confrontatie door meerdere personen geweld is gepleegd tegen [slachtoffer]. Met betrekking tot het gebeuren bij de auto (derde confrontatie) heeft alleen aangever [slachtoffer] verklaard dat er geweld tegen hem is gebruikt. Nu deze verklaring niet wordt ondersteund door andere verklaringen is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor (openlijke) geweldpleging tijdens de derde confrontatie. De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de tweede en bij de derde confrontatie. Uit verdachtes eigen verklaring blijkt dat verdachte wel was betrokken bij de eerste confrontatie in de partytent. Hij heeft hierover verklaard dat hij [slachtoffer] heeft vastgepakt en dat hij hem heeft meegenomen naar buiten de partytent om een eind aan de vechtpartij te maken en dat hij daarbij zelf geen geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer]. Toen zij buiten kwamen zijn zij over een bloempot gestruikeld en gevallen. Deze verklaring wordt ondersteund door de verklaringen van [getuige RW, verdachte BK en verdachte EW]. De rechtbank overweegt dat uit voornoemde verklaringen niet blijkt dat verdachte geweld heeft gebruikt of het geweld van anderen heeft ondersteund. Gelet hierop dient verdachte van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
Advocaten
Officier van justitie
- B. van der Burg
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
