Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2012:BX0173

Rechtbank Assen · 03-07-2012 · zaaknummer 19.810015-12 en 19.810200-08 (herroeping VI)

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Strafmotivering Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks vermogensdelicten, waaronder woninginbraken, diefstallen, insluipingen en pogingen daartoe. Allemaal zeer ergerlijke feiten, die naast (materiële) schade veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden en meer in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. In aantal gevallen betrof het een inbraak in of een diefstal uit een woning terwijl de bewoner thuis was. Verdachte heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van bewoners. Niet alleen getuigt de wijze waarop de delicten zijn gepleegd van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze die respectloosheid ten aanzien van andermans bezit uitstraalt. De rechtbank overweegt dat het een positief punt is dat verdachte op de zitting schoon schip heeft gemaakt, dat hij spijt heeft betuigd en dat hij heeft aangegeven dat hij bereid is de schade van de benadeelde partijen te vergoeden. De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar het reclasseringsadvies, gevorderd dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen, waarvan 539 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren, en onder de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, hetgeen mede inhoudt dat verdachte zich (op 6 juli 2012) laat opnemen en behandelen in [een instelling voor verslavingszorg]. De officier van justitie heeft zijn eis aldus gemotiveerd dat uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat er sinds 2005 -ondanks zijn destijds jeugdige leeftijd- niet is geïnvesteerd in verdachte, dat er vooral onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd en dat pas ten tijde van de voorwaardelijke invrijheidstelling van zijn laatste detentie, reclasseringstoezicht is gaan lopen. De officier van justitie merkt voorts op dat verdachte zich wel aan de hem in dat kader opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden. De officier van justitie is bereid verdachte de kans die hij in de afgelopen jaren had moeten krijgen, nu te geven. De raadsman van verdachte heeft zich hierbij aangesloten. De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaarde feiten op zich de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Alles afwegend, is de rechtbank echter, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde, grotendeels voorwaardelijke, gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal deze strafeis overnemen, inclusief het reclasseringstoezicht zoals verwoord in het reclasseringsadvies. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 36f, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 7, 176 en 178 van de Wegenverkeerswet 1994.

Advocaten

  • M.G. Doornbos

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.