Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2012:BW7987

Rechtbank Assen · 22-05-2012 · zaaknummer 19.810362-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vrijspraak Artikel 46, eerste lid, Wetboek van Strafrecht luidt: "Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft." Uit de wetsgeschiedenis van voornoemd wetsartikel volgt onder meer dat onder "voorwerpen" zelfstandige zaken moeten worden verstaan die, al of niet in gezamenlijkheid beschouwd, naar hun uiterlijke verschijningsvorm "kennelijk bestemd" zijn tot het begaan van het misdrijf in de zin van deze bepaling, en dat voorts niet kan worden geabstraheerd van het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had. De rechtbank overweegt dat de bij verdachte aangetroffen en in de tenlastelegging genoemde voorwerpen weliswaar voorwerpen zijn die, beoordeeld naar hun uiterlijke verschijningsvorm, gebruikt kunnen worden voor het plegen van strafbare feiten - daaronder begrepen strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van 8 jaren of meer staat - echter, concrete aanwijzingen dat verdachte daadwerkelijk plannen had in die richting zijn door de rechtbank in het procesdossier niet aangetroffen. De verdachte dient van het onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet wettig en overtuigend bewezen acht. Bijzondere bewijsoverwegingen Uit het bepaalde in artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering volgt dat voor doorzoeking ter inbeslagneming buiten heterdaad is vereist dat sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. In dat geval dient uit de feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een dergelijk strafbaar feit voort te vloeien. Het bestaan van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit dient vervolgens te worden vastgesteld op basis van de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de doorzoeking. Op het moment van de doorzoeking op 22 augustus 2011 van de auto van verdachte waren de politie de volgende relevante feiten en omstandigheden bekend . Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] treffen verdachte in de nacht van 21 op 22 augustus 2011 omstreeks 02:45 uur aan bij een personenauto op een parkeerplaats te [plaatsnaam]. Verbalisant [verbalisant 2] kent verdachte ambtshalve en is uit hoofde van zijn ambt op de hoogte van verdachtes justitiële documentatie. Verbalisanten zien vervolgens in de auto onder meer een groeilamp en een metalen filter liggen, voorwerpen die bij hennepteelt gebruikt worden. Verder zien zij een dichtgeknoopte vuilniszak en een tas in de auto liggen. Voornoemde feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende om een redelijk vermoeden van schuld op te baseren. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Advocaten

  • H. Anker

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.