Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2012:BW5057

Rechtbank Assen · 01-05-2012 · zaaknummer 19.700481-11, 19.700667-10 (tul)

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

[Feit 1] Uit de ter terechtzitting getoonde videobeelden van de bewakingscamera van [naam café], de aangifte, de verklaringen van [slachtoffer 1a] en [gertuige 1b] en de bij de politie afgelegde verklaring van [MV2], blijkt dat deze door [MV3] en [MV2] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaringen niet overeenstemmen met de feitelijke gang van zaken. Uit deze beelden en uit deze verklaringen blijkt dat één jongen vlak voor [slachtoffer 1] gaat staan terwijl de andere jongen schuin achter hem staat met een knuppel. [slachtoffer] wordt vervolgens door de jongen die schuin achter hem staat van achteren tegen zijn achterhoofd geslagen. Gelet hierop legt de rechtbank de verklaringen van [MV3] en [MV2] bij de rechter-commissaris terzijde als zijnde kennelijk leugenachtig. De rechtbank gaat uit van de eerder door [MV2] bij de politie afgelegde verklaring zoals hiervoor is weergegeven, die overeenkomt met de aangifte, de verklaringen van voornoemde getuigen en de videobeelden. Uit de verklaringen van de getuigen [slachtoffer 1a] en [getuige 1b] blijkt voorts dat de jongen die voor [slachtoffer 1] gaat staan een hoofdwond heeft. [MV5] heeft, zo blijkt uit zijn eigen verklaring en het proces-verbaal van bevindingen van de politie een hoofdwond. De rechtbank komt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen tot de conclusie dat [MV5] degene was die voor [slachtoffer 1] is gaan staan en dat [MV4] degene was die schuin achter [slachtoffer 1] stond en hem met de honkbalknuppel tegen het hoofd heeft geslagen. [MV4] heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1]. De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ook wettig en overtuigend bewezen dat [MV4] vervolgens in de [straatnaam] de achterruit van de auto van aangever [slachtoffer 2] heeft ingeslagen met de honkbalknuppel. [Feit 3] De raadsman heeft ter terechtzitting ontslag van alle rechtsvervolging van het onder 3 ten laste gelegde bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat sprake was van noodweerexces. Verdachte werd door aangeefster bij zijn aanhouding hard aan zijn oor getrokken. Verdachte heeft volgens de raadsman gehandeld als gevolg van een hevige gemoedstoestand als bedoeld in artikel 41 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Deze hevige gemoedstoestand is veroorzaakt door de boosheid en pijn veroorzaakt door het trekken aan zijn oor. De rechtbank verwerpt het beroep op noodweerexces nu sprake was van een (rechtmatige) aanhoudingssituatie door politieambtenaren die naar de woning van verdachte gingen om verdachte aan te houden. In plaats van mee te werken aan zijn aanhouding en rustig met verbalisanten mee te gaan naar het politiebureau, heeft verdachte zich tegen zijn aanhouding verzet, geweigerd om de deur voor de politie open te maken, en zich -zo blijkt uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal- fors verbaal agressief jegens aangeefster en haar collega’s uitgelaten. Om een geslaagd beroep op noodweerexces te doen is vereist dat verdachte eerst in een noodweer situatie heeft verkeerd, een situatie waarin er sprake is van een noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Het dossier biedt geen enkel aanknopingspunt dat hiervan sprake was. [Feit 5] [MV2] heeft bij zijn tweede verhoor bij de politie gedetailleerd verklaard over de vechtpartij op het veldje tussen aangever en [MV4], over het feit dat [MV4] aangever op de grond smeet en bovenop hem ging zitten en aangever op zijn gezicht sloeg, over het feit dat hij [MV2], [MV3] en [MV5], [AA] hebben tegengehouden toen hij [MV4] van aangever af wilde trekken, en over het feit dat de groep, waar [MV4] en hij ([MV2]) ook deel van uitmaakten, aangever achterna is gegaan. De verklaring van verdachte [MV4] dat het aangever was die bovenop hem zat en hem sloeg, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Dit scenario is in strijd met hetgeen aangever heeft verklaard en met het bij aangever geconstateerde letsel. De rechtbank is op grond van bovenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat [MV4] en [MV2] een actieve rol hebben gehad en een significante bijdrage hebben geleverd aan het tot stand komen van het geweld richting aangever [slachtoffer 5]. Verdachte had zich op het moment dat de ruzie ontstond op het voetbalveldje kunnen distantiëren van het geweld of kunnen ingrijpen en de-escaleren. Verdachte heeft dit niet gedaan maar is boven op aangever gaan zitten en heeft hem meerdere malen geslagen en gestompt en is vervolgens samen met anderen aangever achterna gelopen toen deze een veilig heenkomen zocht. Reeds hieruit blijkt dat verdachte op een nauwe en bewuste wijze heeft samengewerkt met anderen en zij als groep hebben gehandeld.

Advocaten

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.