ECLI:NL:RBASS:2012:BW2532
Rechtbank Assen · 06-03-2012 · zaaknummer 19.830068-11
Inhoudsindicatie
Bijzondere bewijsoverweging met betrekking tot feit 2 primair: Het verweer van de verdediging dat verdachte weliswaar seks heeft gehad met [s1] maar dat deze seks vrijwillig was verwerpt de rechtbank op grond van de verklaringen van [s1], [s2] en [s3], zoals hiervoor weergegeven, alsmede op grond van de verklaring van de verbalisanten die na de 112 melding ter plaats gingen en de deur van de kamer van verdachte hebben geforceerd. Zij hebben verklaard dat met name het meisje een angstige indruk maakte en dat zij tranen in haar ogen had. Zij heeft direct tegen verbalisanten gezegd dat zij de man had moeten pijpen en dat zij door hem verkracht was. Het bewezen geachte levert respectievelijk op: onder 1: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden, strafbaar gesteld bij artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd; onder 2: verkrachting, strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht; onder 3: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht; onder 4: mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht; onder 5: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het onder 1 primair en 5 bewezenverklaarde sprake is van eendaadse samenloop. Strafmotivering Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, verkrachting (van een minderjarig meisje), bedreiging en mishandeling. Verdachte heeft door zijn gedragingen de hoogste rechtsgoederen geschonden die door de wet en door internationale verdragen worden beschermd, te weten de persoonlijke vrijheid en de lichamelijke integriteit. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen blijkt voorts welke impact het gebeuren op de slachtoffers heeft gehad. De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat deze door verdachte gepleegde normschendingen zo ernstig zijn dat zij een gevangenisstraf van lange duur rechtvaardigen. Nu verdachte (bij herhaling) heeft geweigerd om aan onderzoeken naar zijn persoonlijkheid mee te werken zijn er voor de rechtbank geen aanknopingspunten om andere -mogelijk ten voordele van verdachte strekkende- omstandigheden mee te laten wegen bij de strafoplegging dan sec de aard en de ernst van de feiten en de (forse) justitiële documentatie. De rechtbank rekent verdachte de verkrachting van [s1] het zwaarst aan. Met betrekking tot de vrijheidsberoving constateert de rechtbank dat onduidelijk is hoe lang deze heeft geduurd. Ten aanzien van het door verdachte toegepaste geweld is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig om aan te kunnen nemen dat sprake is van (een poging tot) zware mishandeling. Dit alles afwegende komt de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden is.
Advocaten
Officier van justitie
- B.G. van der Burg
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
