Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2012:BW0253

Rechtbank Assen · 27-03-2012 · zaaknummer 19.830310-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewijsoverwegingen Inleiding Verdachte wordt ervan verdacht gedurende de periode van 2 november 2011 tot en met 4 november 2011 een vijftal strafbare feiten te hebben gepleegd. Dit betreft in de eerste plaats een afpersing, dan wel diefstal met geweld van een auto door de bestuurder van die auto te overvallen en daarbij een mes te tonen (feit 1). Daarnaast zou verdachte zich schuldig hebben gemaakt aan drie diefstallen uit een supermarkt, dan wel een tankstation (feiten 2, 4 en 5). Tot slot wordt verdachte verweten dat hij een auto heeft gestolen, verduisterd, dan wel vernield (feit 3). Verdachte heeft ten aanzien van alle feiten zijn betrokkenheid zowel bij de politie als ter terechtzitting van de rechtbank bekend. Onder 3 is verdachte primair de diefstal, subsidiair de verduistering en meer subsidiair de vernieling van de auto ten laste gelegd. De rechtbank is – evenals de officier van justitie – van oordeel dat verdachte bij het meenemen van de auto van het autobedrijf reeds het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehad. De rechtbank baseert dit oordeel op de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte inhoudende dat (a) hij geenszins van plan is geweest de auto te kopen, (b) hij bij het verkrijgen van de auto al had bedacht de auto voor zichzelf te gebruiken door ermee te vluchten of ermee zichzelf iets aan te doen en (c) hij zich op een later moment had kunnen bedenken en de auto had kunnen terugbrengen, maar dit niet heeft gedaan blijkens ook het feit dat verdachte – en de door hem bestuurde en eerder weggenomen auto – door zijn handelen betrokken is/zijn geraakt bij een eenzijdig ongeval. Dat verdachte zijn rijbewijs heeft overhandigd en zijn persoonsgegevens heeft gegeven aan de medewerker van het autobedrijf doet hieraan niets af. Gelet op vorenstaande acht de rechtbank de onder 3 primair ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank deelt niet het standpunt van de verdediging dat de schade aan [slachtoffer 3] zelf te wijten is omdat de verzekeringsmaatschappij niet volledig heeft uitgekeerd wegens een fout in de bedrijfsvoering. De polisvoorwaarden die gelden tussen een verzekerde en de verzekeringsmaatschappij zijn niet bepalend voor de aansprakelijkheid van verdachte voor de schade. Dit verweer wordt derhalve verworpen.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.