ECLI:NL:RBASS:2012:BV2240
Rechtbank Assen · 24-01-2012 · zaaknummer 19.605547-11
Inhoudsindicatie
Beoordeling van de standpunten en conclusie Verdachte is door onbekende oorzaak op het weggedeelte bestemd voor het tegemoet komende verkeer geraakt en is daardoor met de Volvo in aanrijding gekomen, die tengevolge van die aanrijding frontaal is gebotst op de Caddy. De rechtbank overweegt dat van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 pas sprake is in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Uit de enkele omstandigheid dat verdachte één moment onoplettend is geweest waardoor hij (gedeeltelijk) op de verkeerde weghelft terecht is gekomen, volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gedragen. Er is voorts niet gebleken van bijkomende omstandigheden die dat oordeel wel zouden kunnen rechtvaardigen. De rechtbank zal verdachte daarom van het primair tenlastegelegde vrijspreken. Naar het oordeel van de rechtbank dient het verkeersgedrag van verdachte te worden gekwalificeerd als een overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Advocaten
- J.S. Engels
Officier van justitie
- B.G. van der Burg
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
