Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2011:BU9972

Rechtbank Assen · 20-12-2011 · zaaknummer 19.605348-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bijzondere bewijsoverwegingen De rechtbank overweegt dat aan verdachte is tenlastegelegd dat hij met behulp van een webcam en/of het internet zijn ontblote penis heeft laten zien aan [slachtoffer] en/of zich ten overstaan van die [slachtoffer] heeft afgetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank vallen voornoemde handelingen onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht, nu door die handelwijze een afbeelding van de realiteit wordt weergegeven door middel van een technisch hulpmiddel. De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van de confrontatie met dergelijke beelden. Uitgaande van de bedoeling van de wetgever, is een restrictieve uitleg van dit artikel (en de delictsbestanddelen afbeelding of voorwerp) naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand liggend. De tenlastelegging houdt mede in dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar. De verdediging heeft op dit punt aangevoerd dat verdachte niet wist dat [slachtoffer] 13 jaar oud was. Verdachte heeft in dit kader verklaard dat hij contact met [slachtoffer] heeft gelegd op een 18+ (webcam-)site [naam website] en dat hij er vanuit ging dat zij dus ouder was dan 18 jaar. Verdachte verklaart dat [slachtoffer] wel heeft gezegd dat zij 13 jaar was maar dat hij dat niet geloofde omdat zij telkens een andere leeftijd noemde. Verdachte verklaart dat de leeftijd (van 13 jaar) van [slachtoffer] deel uitmaakte van een rollenspel dat hij met haar speelde. De raadsvrouwe refereert zich met betrekking tot de vraag of verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer] jonger was dan zestien jaar aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte had kunnen weten dat het met de leeftijd van [slachtoffer] niet goed zat juist omdat zij telkens een andere leeftijd noemde en gelet op de inhoud van de in het proces-verbaal opgenomen chatgesprekken. De rechtbank overweegt dienaangaande dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad onder “weten dat” mede dient te worden begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat. Het bestanddeel “weten dat” is bedoeld als een omschrijving van opzet en onder opzet is het voorwaardelijk opzet begrepen. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte, nu [slachtoffer] tegen hem gezegd heeft dat zij toen 13 jaar was, daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] nog geen 16 jaar was, en dat dus heeft geweten in de betekenis van artikel 240a van het Wetboek van Strafrecht.

Advocaten

  • C.C.N. Brens-Cats

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.