Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2011:BU3324

Rechtbank Assen · 01-11-2011 · zaaknummer 19.605078-11

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vrijspraak De verdachte dient van het primair en subsidiair onder A, B en C tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. Met betrekking tot het primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende. Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting neemt de rechtbank aan dat een deel van de tenlastegelegde feitelijkheden, zoals onder meer de opmerkingen over “je kop van de romp slaan”, “deze man zit op een vechtsport” en de opmerking dat verdachten [slachtoffer 1] naar het politiebureau zouden brengen als hij niet meewerkte, wel hebben plaatsgevonden en dat hierdoor een intimiderende sfeer is ontstaan, maar dat dit niet (een zodanige vorm van psychisch) geweld of geweldsdreiging oplevert zoals bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat burgers niet op deze wijze tot incasso horen over te gaan, zijn de feitelijke omstandigheden van het onderhavige geval niet te kwalificeren als een strafbaar feit. Verdachte dient derhalve van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken. Met betrekking tot het subsidiair onder A tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat [slachtoffer 1] weliswaar heeft verklaard dat hij zich gedwongen voelde maar dat van daadwerkelijke dwang en daadwerkelijke vrijheidsberoving niet is gebleken. Met betrekking tot het subsidiair onder B tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt dat de deur van de woning, na aanbellen, is geopend door de echtgenote of de dochter van [slachtoffer 1] en dat van wederrechtelijk binnendringen niet is gebleken. Met betrekking tot het subsidiair onder C tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat uit de verklaringen van zowel aangever als verdachten blijkt dat de auto’s zijn afgegeven aan [medeverdachte] ter delging van de (gestelde) schuld van [slachtoffer 1] aan [medeverdachte] en niet als onderpand van die schuld en dat derhalve geen sprake kan zijn van verduistering van die auto’s. Verdachte dient derhalve ook van het subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Advocaten

  • M.C. van Linde

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.