ECLI:NL:RBASS:2011:BU3322
Rechtbank Assen · 01-11-2011 · zaaknummer 19.830275-10
Inhoudsindicatie
Vrijspraak De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank overweegt dat het dossier veel informatie en verklaringen bevat die (op onderdelen) onduidelijk, inconsistent en (innerlijk) tegenstrijdig zijn. Met betrekking tot de rol van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. [medeverdachte 1] heeft een belastende verklaring tegen verdachte afgelegd. Hij heeft verklaard dat de brandstichting in de woning van [aangever] plaatsvond op verzoek en in opdracht van verdachte. Naast voornoemde belastende verklaring van [medeverdachte 1] bevinden zich in het dossier historische telefoongegevens waaruit blijkt dat er op 24 januari 2010 omstreeks half een ‘s nachts telefonisch contact is geweest tussen verdachte en [medeverdachte 1]. Dit telefoongesprek is het meest concrete steunbewijs voor de belastende verklaring van [medeverdachte 1] tegen [verdachte]. Voor informatie omtrent de inhoud van dit telefoongesprek is de rechtbank aangewezen op de verklaringen van verdachte en van [medeverdachte 1]. De inhoud van dit telefoongesprek staat niet vast. Volgens [medeverdachte 1] ging dat gesprek over de brandstichting. Ter terechtzitting heeft de verdachte, evenals bij haar eerdere verhoren bij de politie en de rechter-commissaris, de haar ten laste gelegde feiten stellig ontkend. Over de betreffende telefoontjes in de nacht van 23 op 24 januari 2010 met [medeverdachte 1] heeft de verdachte verklaard dat deze gingen over de organisatie van haar bruiloftsfeest later dat jaar. [medeverdachte 1] zou een Afrikaanse DJ regelen voor het feest en daarover zou hij contact met haar hebben gezocht. Voor haar en [medeverdachte 1] was het niet vreemd om midden in de nacht hierover met elkaar te bellen. Voorts is door [medeverdachte 1] eveneens verklaard dat hij en verdachte regelmatig telefonisch contact hadden over het bruiloftsfeest van verdachte. De rechtbank overweegt naar aanleiding van het bovenstaande dat kan worden vastgesteld dat er op 24 januari 2010 telefonisch contact is geweest tussen verdachte en [medeverdachte 1] maar dat met betrekking tot de inhoud van het gesprek geenszins vaststaat dat deze zag op brandstichting in de woning van [aangever]. [medeverdachte 1] is de enige die dat verklaart. [medeverdachte 2] heeft weliswaar verklaard dat er telefonisch contact was tussen [medeverdachte 1] en verdachte (hetgeen ook verder niet ter discussie staat), maar de informatie over de inhoud van het gesprek heeft hij enkel van horen zeggen (van [medeverdachte 1]) en niet uit eigen waarneming. Al het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de rechtbank niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging is kunnen komen dat de verdachte het primair, subsidiair dan wel meer of meest subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Advocaten
Officier van justitie
- A.M. de Vries
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
