Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2011:BU1430

Rechtbank Assen · 25-10-2011 · zaaknummer 19.830179-11 en 19.830219-10

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweer met betrekking tot de strafbaarheid van het onder 2 tenlastegelegde (noodweer verweer) De raadsman heeft ter terechtzitting ontslag van alle rechtsvervolging van het onder 2. ten laste gelegde bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte handelde uit noodweer nu hij zich verdedigde als gevolg van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en dat het door hem gepleegde feit derhalve niet strafbaar is. Verdachte en de medeverdachte werden door het slachtoffer, [slachtoffer], verrast en medeverdachte [medeverdachte] werd door [slachtoffer] getrapt. Verdachte zat in de auto en kon nergens heen. Uit voorzorg en ter verdediging van zijn eigen lijf heeft verdachte hierop zijn wapen getrokken, het wapen aan [slachtoffer] getoond en er mee geschoten. De verdediging meent dat deze handelingen zijn aan te merken als een noodzakelijke verdediging. Er is dus sprake van een noodweersituatie dan wel een putatieve noodweersituatie. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer het navolgende. Artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt onder meer dat niet strafbaar is degene die een feit begaat geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Volgens vaste rechtspraak kan van aanranding ook sprake zijn in geval van een gedraging die een onmiddellijk dreigend gevaar oplevert voor zo'n aanranding. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting niet aannemelijk is geworden dat er sprake is geweest van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding tegen het lijf van verdachte, waartegen verdachte zich mocht verweren. Vast staat dat [verdachte] en [medeverdachte] hebben ingebroken in de woning van [slachtoffer] waarbij zij ondermeer de autosleutels van de auto van [slachtoffer] hebben buitgemaakt. Toen verdachte in de auto van [slachtoffer] zat en trachtte deze te starten werden [medeverdachte] en hij overlopen door [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij de mannen bij en in zijn auto zag en dat hij schreeuwend op hen is afgelopen. Vervolgens heeft hij [medeverdachte] een trap gegeven. [verdachte] heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij lawaai hoorde, dat [medeverdachte] tegen hem zei dat hij getrapt was en dat hij, [verdachte], hierop uit de auto is gestapt. Hij zag een man ([slachtoffer]) lopen op enige meters afstand. Gelet op voornoemde omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesproken worden van een wederrechtelijke aanval door [slachtoffer] op verdachten. Zij waren immers bezig om zijn auto te stelen. Voorts had [verdachte] alsnog weg kunnen gaan of zich over kunnen geven toen hij [slachtoffer] op zich af zag komen. Er was geen sprake van een noodzakelijke verdediging. Het beroep op noodweer wordt derhalve verworpen. Vrijspraak De verdachte dient van het onder 3 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. Hoewel reeds uit de aard van de onder 3 genoemde uitlatingen van verdachte volgt dat deze -anders dan de raadsman betoogt- een bedreiging met zwaar lichamelijk letsel of de dood inhouden voor de opsporingsambtenaren tot wie verdachte zich richt, kan niet bewezen worden dat deze bedreiging heeft plaatsgevonden in [plaats delict], zoals is tenlastegelegd. Uit het proces-verbaal van politie blijkt immers dat voornoemde bedreigende uitlatingen werden gedaan in het surveillancevoertuig tijdens de rit van [plaats delict] naar het politiebureau aan de Balkengracht te Assen. Nu de precieze locatie van het surveillancevoertuig ten tijde van de bedreiging niet bekend is en enkel [plaats delict] als pleegplaats is tenlastegelegd dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Advocaten

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.