ECLI:NL:RBASS:2011:BT6558
Rechtbank Assen · 04-10-2011 · zaaknummer 19/830161-11
Inhoudsindicatie
[benadeelde partij 1] doet op 13 juni 2011 aangifte van poging tot moord/doodslag door verdachte. Deze zou aangever met een hamer in zijn gezicht hebben geslagen. [getuige 1] verklaart op 14 juni 2011 dat hij zag dat verdachte [benadeelde partij 1] met een hamer sloeg. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de hamer waarschijnlijk in zijn zak had omdat hij naar zijn ex wilde. Hij had de hamer de avond tevoren uit de kamer van [getuige 1] gepakt. Hij heeft de hamer echter niet gebruikt om benadeelde partij 1] te slaan. Hij heeft [benadeelde partij 1] wel een vuistslag in zijn gezicht gegeven. De hamer is waarschijnlijk uit zijn zak gevallen toen hij [benadeelde partij 1] een stomp gaf. Blijkens een geneeskundige verklaring van 30 juni 2011 is bij [benadeelde partij 1] op 13 juni 2011 een scheurwond boven zijn rechter wenkbrauw geconstateerd. De rechtbank kan op grond van de beschikbare bewijsmiddelen niet uitsluiten dat verdachte ten tijde van de confrontatie met [benadeelde partij 1] de hamer in zijn zak had en dat deze uit zijn zak is gevallen toen hij [benadeelde partij 1] een vuistslag gaf. De inhoud van de bewijsmiddelen laten in het licht van het gevoerde (niet met de inhoud strijdige) verweer, namelijk meer mogelijkheden open dan hetgeen bewezen kan worden geacht en leidt niet zonder meer tot de conclusie dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank betrekt daarbij uitdrukkelijk de omstandigheid dat de hamer niet nader is onderzocht op bloedsporen - hoewel verdachte en zijn raadsman om een forensisch onderzoek van de hamer hadden verzocht - en de medische verklaring niet in voldoende mate uitsluitsel geeft omtrent de aard van het geconstateerde letsel en de wijze waarop dat zou kunnen zijn toegebracht. Bovendien heeft [getuige 1], toen hij door de rechter-commissaris als getuige is gehoord, verklaard dat hij niet heeft gezien dat verdachte [benadeelde partij 1] met de hamer sloeg. Hij verklaart dat hij kwaad was op verdachte en daarom heeft verklaard dat verdachte met een hamer geslagen had. Nu derhalve het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte [benadeelde partij 1] met een hamer tegen het hoofd heeft geslagen ontbreekt, dient verdachte van het hem onder 1. primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
Advocaten
- C. Eenhoorn
- S.M. von Bartheld
Officier van justitie
- S.M. von Bartheld
officier van justitie
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
