Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2011:BR0293

Rechtbank Assen · 05-07-2011 · zaaknummer 19.605540-10

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bijzondere bewijsoverwegingen De raadsman van verdachte heeft onder meer als zijn uitdrukkelijk standpunt aangevoerd dat verdachte weliswaar heeft bekend dat hij de foto’s heeft gemaakt maar dat dit geen ontuchtige handeling of een handeling van seksuele aard oplevert. Verdachte heeft de foto’s als grap gemaakt en hij had daarmee geen seksuele bedoeling. Verdachte moet volgens de verdediging gelet hierop worden vrijgesproken van de ten laste gelegde aanranding van de eerbaarheid. De rechtbank kan zich niet met dit standpunt verenigen en overweegt dienaangaande het volgende. Op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen kan feitelijk worden bewezen dat verdachte met een camera aan de onderzijde van een toilethokje foto’s heeft gemaakt van een vrouwelijke bezoekster van de [plaats delict] tijdens haar toiletgebruik. De rechtbank dient te beoordelen of deze feitelijke handeling een strafbaar feit is, of – zoals de verdediging heeft betoogd – dat sprake is van een niet strafbare -ongepaste- grap. Volgens het openbaar ministerie is in deze zaak door verdachte art. 246 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) overtreden. In dat artikel staat – onder meer – dat strafbaar is hij die een ander door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingt tot het dulden van ontuchtige handelingen. In deze zaak moet worden beoordeeld of verdachte door foto’s van het slachtoffer in half ontkleedde toestand te maken terwijl zij gebruik maakte van het toilet, het slachtoffer heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen. De vragen die moeten worden beantwoord zijn dus – kort samengevat – of sprake is van dwang en of sprake is van ontuchtig handelen. Dwang Van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van handelingen als in art. 246 Sr bedoeld kan slechts sprake zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn of haar wil heeft ondergaan (vgl. HR 20 april 1999, NJ 1999, 512; HR 22 juni 2004, NJ 2004, 439; HR 2 juni 2006, NJ 2009, 307; HR 12 december 2006, NJ 2007, 422; HR 2 juni 2009, NS 2009, 268). In de lagere rechtspraak is de laatste jaren geoordeeld dat bij het heimelijk filmen of fotograferen van personen die op de WC zitten, zich omkleden in een kleedhokje, zich ophouden in hun slaapkamer, staan te douchen of topless liggen te zonnen, de bespiede personen door een feitelijkheid worden gedwongen de handeling (het filmen of fotograferen) te ondergaan. In die gevallen, zo oordeelde de rechter telkens, weet de dader door onverhoeds handelen te voorkomen dat de niets vermoedende slachtoffers zich tegen de handeling kunnen verzetten (vgl. rechtbank Haarlem, 24 juli 2008, LJN BD8449; rechtbank Haarlem, 16 maart 2010, NJFS 2010, 168; gerechtshof Arnhem 9 juli 2010, NJFS 2010, 263; rechtbank ’s-Gravenhage, 12 augustus 2010, NJFS 2010, 287; rechtbank Amsterdam, 07-04-2011, LJN BQ3268). Ook in dit geval komt de rechtbank tot dit oordeel. Het slachtoffer in de onderhavige zaak heeft zich afgezonderd in een toilethokje buiten het gezichtsveld van derden om gebruik te maken van dat toilet. Zij waande zich onbespied, maar werd onverhoeds gefotografeerd door verdachte. Het slachtoffer kon zich hiertegen niet verzetten en werd zo door verdachte gedwongen die handelingen te dulden. De ten laste gelegde dwang kan worden bewezen. Ontuchtig karakter De vraag die vervolgens beantwoord moet worden is of voornoemde handeling, het heimelijk fotograferen van het slachtoffer met (gedeeltelijk) ontbloot onderlichaam terwijl zij gebruik maakt van het toilet, moet worden aangemerkt als ontuchtig. In de jurisprudentie wordt als uitgangspunt genomen dat van ontuchtig handelen sprake is, wanneer de handelingen een seksuele lading hebben die in strijd is met sociaalethische normen. Naar het oordeel van de rechtbank valt het handelen van verdachte onder voornoemd uitgangspunt. Het stiekem fotograferen van het ontblote onderlichaam van een andere persoon tijdens toiletbezoek, heeft reeds naar zijn aard een seksuele lading. Het door verdachte ter terechtzitting gegeven antwoord op de vraag van de voorzitter waarom hij zulke foto’s maakt, te weten: “welke man kijkt nu niet graag naar vrouwen?” bevestigt dit nog eens. Deze handeling is uit zijn aard eveneens aan te merken als zijnde volstrekt in strijd met de normaal in acht te nemen fatsoensnormen en daarmee in strijd met sociaalethische normen. Kwalificatie Het primair bewezen geachte levert op: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, strafbaar gesteld bij artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Advocaten

  • M.G. Doornbos

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.