ECLI:NL:RBASS:2011:BQ7825
Rechtbank Assen · 14-06-2011 · zaaknummer 19.810185-09
Inhoudsindicatie
Bijzondere bewijsmotivering De raadsvrouwe heeft betoogd dat niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte een ‘gewoonte heeft gemaakt’ van het bezit van kinderporno omdat verdachte eenmalig een betaling heeft gedaan aan een website met kinderporno en daar downloadtijd heeft gekocht en vervolgens is gaan downloaden. Op die manier kunnen door één enkele handeling (betaling) grote hoeveelheden bestanden worden gedownload. Er is echter geen sprake van herhaalde handelingen en daarmee niet van een ‘gewoonte’ in de zin van het tweede lid van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat de verdachte gedurende een periode van bijna drie jaar een grote hoeveelheid pornografische afbeeldingen op de harde schijven van de bij hem aangetroffen computers in zijn bezit had. De raadsvrouwe stelt zich op het standpunt dat het ‘gewoonte maken van’ een pluraliteit van feiten vereist. In bezit hebben is een toestand die zich op zichzelf inderdaad niet leent voor plurariteit. Toch bedreigt art. 240b lid 2 Sr het gewoonte maken van in bezit hebben van — kort gezegd — een pornografische afbeelding of een gegevensdrager met pornografische afbeelding(en) met een hogere straf. Tegen deze achtergrond zou het gewoonte maken van in bezit hebben van een afbeelding of gegevensdrager reeds kunnen bestaan in het bezit van meerdere pornografische afbeeldingen of meerdere gegevensdragers met (een) pornografische afbeelding(en). De gewoonte kan ook spreken uit de duur van het bezit of de wijze waarop men het bezit verkregen heeft. In de gebezigde bewijsmiddelen ligt besloten dat verdachte de bij hem aangetroffen kinderpornografische multimediafiles in delen heeft verzameld. Bij verdachte zijn 391 multimediafiles aangetroffen, opgeslagen op twee verschillende harde schijven op twee verschillende computers. De kinderpornobestanden stonden voorts opgeslagen op 4 verschillende locaties. Dat opslaan heeft niet in één keer kunnen geschieden, noch gelet op het aantal multimediafiles noch gelet op het feit dat deze zijn opgeslagen op verschillende media. In de gebezigde bewijsmiddelen ligt dus besloten dat de verdachte de multimediafiles niet in één keer maar in delen in bezit heeft gekregen. Daarmee kan het bewezenverklaarde ‘gewoonte maken’ zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. Het verweer wordt derhalve verworpen. Het bewezen verklaarde levert op: Een gewoonte maken van het in bezit hebben van afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Strafmotivering De rechtbank heeft voorts in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht is in het leven geroepen om seksueel misbruik van jeugdigen met kracht te kunnen bestrijden. Dit is slechts mogelijk als ook de exploitatie van dergelijk misbruik wordt aangepakt. Om die reden heeft de wetgever niet slechts het vervaardigen en verspreiden van kinderporno strafbaar gesteld, maar ook het in het bezit hebben van dergelijke afbeeldingen. Door het verzamelen -downloaden- van kinderporno, is het verdachte, zij het indirect, mede toe te rekenen dat uiterst verwerpelijke praktijken, die plaatsvinden met kinderen van veelal (zeer) jonge leeftijd, in stand worden gehouden en bevorderd. Algemeen bekend is dat kinderen door betrokkenheid bij de op de afbeeldingen voorkomende seksuele gedragingen psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Anderzijds heeft de rechtbank er bij de straftoemeting rekening mee gehouden dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij inmiddels inziet dat hij ernstige fouten heeft gemaakt en de kinderporno-industrie met zijn collectie in stand heeft gehouden en wellicht bevorderd. Hij is gemotiveerd zich te laten behandelen en heeft daartoe reeds uit eigen beweging contact opgenomen met de AFPN. Voorts stelt de rechtbank vast dat geruime tijd is verstreken sinds de aanvang van het opsporingsonderzoek, de huiszoeking en inbeslagname bij verdachte, de aanhouding van verdachte en de terechtzitting van heden. Ook dat zal de rechtbank meewegen bij de strafoplegging.
Advocaten
Officier van justitie
- V. Smink
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
