ECLI:NL:RBASS:2010:BV2241
Rechtbank Assen · 29-07-2010 · zaaknummer 19.830021-10
Inhoudsindicatie
Partiële vrijspraak De rechtbank overweegt het volgende. In zijn arrest van 5 december 2006 (nr. 00653/06, NJ 2006, 663, LJN AZ1668) heeft de Hoge Raad als richtsnoer gegeven dat "voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg -zoals hier de dood of zwaar lichamelijk letsel- aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaringen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het -behoudens contra-indicaties- niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Ook zeer gevaarlijke gedragingen in het verkeer kunnen onder omstandigheden (poging tot) doodslag opleveren.” De rechtbank is van oordeel dat dit in casu niet het geval is geweest. Het is aannemelijk dat verdachte de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel van [slachtoffer 1] niet heeft gewild. Hij heeft dat zelf verklaard en ook uit de verklaring van [slachtoffer 1] valt op te maken dat deze daar geen rekening mee hield. [slachtoffer 1] bleef immers op straat staan toen hij zag dat verdachte achteruit terug kwam rijden omdat hij verwachtte dat verdachte zou stoppen. Of er objectief een aanmerkelijke kans is geweest dat [slachtoffer 1] door het achteruitrijden van verdachte in zijn richting om het leven zou komen dan wel zwaar gewond zou raken, is moeilijk vast te stellen. De verklaringen omtrent de gebeurtenissen lopen uiteen en er is geen technisch onderzoek ingesteld naar bijvoorbeeld de snelheid van de auto, de afstand die de auto heeft afgelegd, remsporen en de plaats en de wijze waarop de auto [slachtoffer 1] al dan niet zou hebben geraakt. De rechtbank is echter van oordeel, dat als er al een aanmerkelijke kans is geweest dat [slachtoffer 1] dodelijk werd getroffen dan wel zwaar werd verwond, het niet is komen vast te staan dat verdachte die aanmerkelijk kans willens en wetens heeft aanvaard en dat derhalve het opzet van de verdachte in de zin van voorwaardelijk opzet op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van die [slachtoffer 1] was gericht. Verdachte moet derhalve van het primair en subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken. .
Advocaten
Officier van justitie
- S.M. von Bartheld
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
