ECLI:NL:RBASS:2010:BO2649
Rechtbank Assen · 26-10-2010 · zaaknummer 19/606065-09
Inhoudsindicatie
Vrijspraak Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank het volgende gebleken: [getuige 1] verklaart op 1 oktober 2009 dat hij bij de hamburgertent stond en zag dat voor de tent een jongen op de grond lag met een beveiliger. Hij herkende die jongen als [medeverdachte]. Hij zag dat [medeverdachte] die beveiliger sloeg met zijn vuisten. De beveiligers werden vervolgens aangevallen door een hele groep jongens. Hij zag daar volgens hem ook de [verdachte en een andere medeverdachte]. Op 3 juni 2010 is [getuige 1] door de rechter-commissaris gehoord. Hij verklaart dat hij [verdachte] kent. Hij kan zich niet herinneren dat hij heeft gezien dat [verdachte] zich met de vechtpartij heeft bemoeid. [getuige 2] verklaart op 2 september 2009 dat een getinte jongen die volgens hem [naam verdachte] heet, steeds naar hen zat te schoppen. [getuige 3] verklaart dat verdachte bij hen was maar of hij met de vechtpartij meedeed weert hij niet meer. Verdachte heeft op 1 oktober 2009 ten overstaan van de politie verklaard dat hij zag dat [medeverdachte] overeind werd geholpen en dat zijn gezicht onder het bloed zat. Het werd heel rumoerig. Overal stonden groepjes. Hij zag dat zijn broertje [broer verdachte] er ook tussen stond. Hij heeft [broer verdachte] daar weggetrokken. Toen in één keer de boel los brak heeft hij, samen met [betrokkene], zijn broertje naar huis gebracht. Hij heeft niet geschopt of geslagen. Dit standpunt heeft hij eveneens ter terechtzitting ingenomen. De rechtbank overweegt het volgende: [getuige 1] kan zich niet herinneren dat verdachte heeft meegevochten. Hij verklaart ten overstaan van de rechter-commissaris: "Ik ken [verdachte]. Ik weet wie dat is. Het is een getinte jongen. Ik kan mij niet herinneren dat ik gezien heb, dat hij zich met de vechtpartij heeft bemoeid". [getuige 3] verklaart dat verdachte bij hen was maar of hij met de vechtpartij meedeed weet hij niet meer. Onder deze omstandigheden, waar verdachte één- en andermaal, heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de vechtpartij en zijn broertje [broer verdachte] vrijwel direct na het begin van de vechtpartij naar huis heeft gebracht, acht de rechtbank met name niet overtuigend bewezen dat verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of anderen. Daaraan doet niet af dat [broer verdachte] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat de bewakers onderuit werden geschopt en dat hij hekken door de lucht heeft zien vliegen. Uit de verklaringen van getuigen en medeverdachten komt immers duidelijk naar voren dat de vechtpartij direct een massaal karakter had. [broer verdachte] verklaart: die jongen werd op zijn neus geslagen, toen waren er opeens veel bewakers (...) Toen ging iedereen met elkaar op de vuist.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- S. Dijkstra
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
