ECLI:NL:RBASS:2010:BM2269
Rechtbank Assen · 23-04-2010 · zaaknummer 19.810002-10
Inhoudsindicatie
Vrijspraak De verdachte dient van het onder 4. primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank acht met name niet wettig bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting noch aan medeplichtigheid daaraan, nu verdachte zowel tegenover de politie als ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet wist dat [medeverdachte] oplichting pleegde via internet, terwijl [medeverdachte] elke betrokkenheid bij de oplichting heeft ontkend. Weliswaar heeft [getuige 1] tegenover de politie verklaard dat verdachte haar heeft verteld dat [medeverdachte] de advertenties plaatste en dat verdachte haar bankrekening ter beschikking van [medeverdachte] heeft gesteld en het geld heeft opgenomen, maar het bewijs dat de verdachte de tenlastelegde oplichting heeft gepleegd of daaraan medeplichtig is geweest, kan de rechter niet uitsluitend aannemen op de verklaring van één getuige1.
Advocaten
- C.C. Westerling-Diderich
- M. Baijens
Officier van justitie
- C.C. Westerling-Diderich
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
