ECLI:NL:RBASS:2009:BK7401
Rechtbank Assen · 22-12-2009 · zaaknummer 19.605744-09 (2)
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft bij vonnis van heden 22 december 2009 het aan verdachte tenlastegelegde feit onder 1, met het hierboven vermelde parketnummer bewezen verklaard. De vordering van de officier van justitie is gebaseerd op de tenlastegelegde feiten onder 1 en 2. Uit voormeld vonnis blijkt dat verdachte van het onder 1 sub c en 2 tenlastegelegde is vrijgesproken zodat verdachte uit die feiten geen voordeel heeft gehad. Op grond van de stukken en hetgeen op de terechtzitting is gebleken, staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat verdachte door middel van of uit de baten van het bewezen verklaarde feit, genoemd in het strafdossier, wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De rechtbank schat dat voordeel op een bedrag van 8493,35 euro. De rechtbank zal als basis van de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgaan van de berekening die op 20 augustus 2009 is opgesteld door de opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar], welke berekening zich in het dossier bevindt. De berekening is op de hiervoor genoemde wettige bewijsmiddelen gegrond. De rechtbank zal evenwel het door verdachte aan de Staat te betalen bedrag op nihil stellen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte verkeert in staat van faillissement. Het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel is de som van een aantal civiele vorderingen die benadeelden die in het strafdossier voorkomen, hebben op verdachte. Deze vorderingen zullen - wanneer de benadeelden zich ten minste melden bij de curator - bij de afwikkeling van het faillissement worden meegenomen. De rechtbank heeft geen zicht op hoe en op welke termijn het faillissement zal worden afgewikkeld. Maar zij acht het hoe dan ook niet in het belang van de benadeelden/schuld-eisers dat de Staat zich nadien zal gaan mengen onder degenen die nog geld tegoed hebben van verdachte, op welke basis dan ook. Anders dan bij de schadevergoedingsmaatregel zal de Staat bij een ontnemingsvordering immers niet gaan vorderen ten behoeve van de benadeelden, maar zich manifesteren als een concurrente schuldeiser. En dit terwijl - zoals eerder overwogen - het bedrag dat de Staat zal vorderen is opgebouwd uit bedragen die benadeelden van verdachte tegoed hebben.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
