Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2009:BK2835

Rechtbank Assen · 30-10-2009 · zaaknummer 19.810074-09

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De raadsman heeft - met een beroep op de zogenaamde Salduz-jurisprudentie van de Hoge Raad - betoogd dat zijn cliënt na zijn aanhouding weliswaar op het politiebureau heeft verklaard toestemming te geven voor een doorzoeking van zijn woning, doch dat hij daaraan voorafgaand erop had moeten worden gewezen dat hij het recht had een advocaat te raadplegen, en dat hij, desgewenst, daartoe in de gelegenheid had moeten worden gesteld. Nu dat niet is gebeurd, moet één en ander volgens de raadsman leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van zijn cliënt afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen alsmede van het bewijsmateriaal dat is verkregen als rechtstreeks gevolg daarvan. Ook om die reden moet de verdachte worden vrijgesproken. De rechtbank passeert ook dit verweer. Verdachte heeft na zijn aanhouding op 5 maart 2009 om 18.35 uur op het politiebureau verklaard toestemming te geven voor een doorzoeking. Bij zijn verhoor op 5 maart 2009 om 20.34 uur heeft hij die toestemming nog eens bevestigd en verklaard dat hij wat grammen coke in de woning had liggen. Op 6 maart 2009 om 20.34 uur heeft verdachte verklaard een advocaat te hebben gesproken. Bij dat verhoor, en bij volgende verhoren, waaronder het verhoor ter terechtzitting, heeft verdachte zijn eerder afgelegde verklaringen niet herroepen. Er is derhalve geen grond voor de stelling dat de verklaringen die verdachte heeft afgelegd voordat hij een advocaat heeft geraadpleegd, van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten. Datzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor het bewijsmateriaal dat op grond van de toestemming van verdachte is verkregen. Verdachte heeft op 5 maart 2009 verklaard toestemming te verlenen voor de doorzoeking, en hij heeft die toestemming niet herroepen. Overigens is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat alle zaken dienen te worden getoetst aan het Salduz-criterium, ook de zaken waarbij verhoren van verdachten hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het Salduz-arrest van het Europese Hof van de Rechten van de Mens.

Advocaten

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.