Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2009:BK1523

Rechtbank Assen · 27-10-2009 · zaaknummer 19.830194-09

StrafrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het in art. 289 van het Wetboek van Strafrecht omschreven delict moord behelst dezelfde bestanddelen als het in art. 287 van dat wetboek omschreven delict doodslag, zij het dat voor een veroordeling ter zake van moord daarenboven nog als vereiste is gesteld dat komt vast te staan dat die doodslag is gepleegd ‘met voorbedachten rade’. Namens verdachte is aangevoerd dat er geen sprake was van voorbedachte rade. Verdachte heeft desgevraagd zelf verklaard dat hij geen opzet had op de dood van [slachtoffer]. Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘opzettelijk’ in artikel 289 dan wel artikel 287 Wetboek van Strafrecht dient (minimaal) komen vast te staan dat er sprake is van voorwaardelijk opzet, dat wil in casu zeggen, dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat door het gebruik van het mes tegenover het slachtoffer [slachtoffer], deze zou komen te overlijden. Hiervoor dient de vraag te worden beantwoord of de kans hierop naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk was te achten. De beantwoording van deze vraag is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Naar het oordeel van de rechtbank is van het aanvaarden van deze aanmerkelijke kans in de onderhavige zaak geen sprake. Verdachte heeft verklaard dat hij zich bedreigd voelde door [slachtoffer], dat hij het mes mee naar buiten heeft genomen om zich eventueel te verdedigen tegen verdachte en zijn vrienden en om verdachte te tonen dat het hem nu menens was en dat hij hem met rust moest laten. Hij wilde een eind maken aan de treiterijen van [slachtoffer] en de vernielingen aan zijn auto. Verdachte was ‘door het dolle’, wilde [slachtoffer] ‘te grazen nemen’, maar had niet de intentie om hem te doden. Daar komt bij dat het letsel dat [slachtoffer] heeft opgelopen niet correspondeert met een letsel dat verwacht kan worden als gevolg van meerdere steken met een mes op het lichaam, waarbij een belager dit doet met het opzet gericht op de dood van een belaagde. Nu de rechtbank het bestanddeel (voorwaardelijk) opzet op de dood reeds niet bewezen acht, laat zij een bespreking van de voor het primair tenlastegelegde -poging moord- vereiste voorbedachte rade achterwege.

Advocaten

  • J.A.W.M. Weijzen
  • R. Bosma

Officier van justitie

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.