Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2009:BI6352

Rechtbank Assen · 07-04-2009 · zaaknummer 08/443

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende deugdelijk gemotiveerd waarom in het onderhavige geval geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 26, eerste lid van de Hsw. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser heeft gesteld dat het in dit geval bij de door de belastinginspecteur vastgestelde winst uit onderneming gaat om kwijtscheldingswinst en dat de belastinginspecteur enkel tot vaststelling van de hoogte van die winst is gekomen om daarmee te bewerkstelligen dat eiser geen vordering zou krijgen op de belastingdienst over voorgaande jaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze, aldus bepaalde, “kwijtscheldingswinst” niet zonder meer gelijk kunnen stellen met stakingswinst die bijvoorbeeld ontstaat door de verkoop van bedrijfsgebouwen. Uit het bovenstaande blijkt dat het bij de onderhavige kwijtscheldingswinst gaat om een fictief inkomen over 2001. Hier is immers de hoogte van het inkomen over 2001 om belastingtechnische redenen “bepaald” op basis van de hoogte van de verliezen uit voorgaande jaren. Deze situatie is naar het oordeel van de rechtbank niet gelijk te stellen met het verrekenen van een reëel verworven inkomen (bijvoorbeeld door de verkoop van bedrijfsgebouwen) in een bepaald jaar met verliezen uit het verleden. De hoogte van deze “winst” kan er immers niet aan afdoen dat er ondertussen daadwerkelijk sprake is geweest van een situatie waarin de financiële draagkracht van eiser zodanig laag is geweest, dat eiser zonder dat fictieve inkomen zonder meer voor huursubsidie in aanmerking zou zijn gekomen. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is met 7 maanden overschreden. Van dit tijdsverloop heeft de behandeling van het bezwaar door verweerder twee jaar en ruim zeven maanden geduurd. De behandeling van het beroep bij de rechtbank heeft sinds de ontvangst van het beroepschrift van 13 mei 2008 bijna 11 maanden geduurd. De termijnoverschrijding is derhalve geheel aan de duur van de behandeling van het bezwaarschrift toe te schrijven. De rechtbank zal met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 van de Awb de Staat der Nederlanden veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.000,- aan eiser als vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.