ECLI:NL:RBASS:2009:BH1086
Rechtbank Assen · 27-01-2009 · zaaknummer 191810249.07
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich toelegde op de invoer in Nederland van cocaïne vanuit Zuid-Amerika. Hij heeft in die organisatie een coördinerende en bemiddelende rol vervuld. In dit verband heeft verdachte zich met anderen schuldig gemaakt aan strafbare feiten die, kort gezegd, betreffen het tezamen en in vereniging plegen van in de Opiumwet strafbaar gestelde gedragingen ten aanzien van bij of krachtens die wet aangewezen stoffen. Het behalen van financieel voordeel was daarbij zijn drijfveer, met veronachtzaming van de gevaren die verdovende middelen als cocaïne naar algemene bekendheid met zich brengen voor de volksgezondheid. Er is volgens de rechtbank echter geen sprake van een zwaar misdaadsyndicaat. Er dient onderscheid gemaakt te worden naar de aard van de criminele organisatie. Uit het procesdossier kan de rechtbank niet afleiden dat de organisatie haar inkomsten wilde verkrijgen door middel van intimidatie en geweld, hetgeen de rechtbank bij de strafmaat mee zal laten wegen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
