Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBASS:2006:AY7298

Rechtbank Assen · 30-08-2006 · zaaknummer 29278 - HA ZA 00-441

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ongevalsgevolgen; post-whiplashsyndroom; battle on experts; objectivering van klachten, onderzoeksmethode Eiseres heeft bij de dagvaarding gesteld dat zij door een ongeval is gaan lijden aan een post-whiplashsyndroom Eerst is de neuroloog P ingeschakeld. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat geen overleg was gepleegd over de persoon van de deskundige en omdat eiseres in de gelegenheid had moeten worden gesteld om zich uit te laten over de vraagstelling. Over de persoon van de deskundige moest volgens het Hof overleg met partijen plaatsvinden ten overstaan van de rechtbank. In navolging van een eenstemmige keuze van partijen is neuroloog B benaderd hoewel de rechtbank P op zichzelf ook geschikt oordeelde om als deskundige te fungeren. B heeft geweigerd. Daarna is P benoemd. De gemachtigde van eiseres heeft getracht dit terug te draaien door een verzoek te doen op grondslag van artikel 31 Rv. Die poging is gestrand. P heeft een klinisch psycholoog ingeschakeld. Beiden hebben eiseres uitgebreid onderzocht. Na kennisneming wil eiseres een psychiatrisch onderzoek terwijl zij dit eerder van de hand wees. De rechtbank weigert dit en doet de zaak af: ontevredenheid met de uitslag van een deskundigenonderzoek is onvoldoende om een ander onderzoek te gelasten en van dat onderzoek is ook niets te verwachten omdat de gepretendeerde klachten en beperkingen, als zij zouden komen vast te staan, niet reëel kunnen worden geacht in die zin dat deze bestaan anders dan door een houding die eiseres, al dan niet bewust, geleidelijk heeft aangenomen. Eiseres is in de rol van slachtoffer verzeild geraakt maar niet slachtoffer van een ongeval doch van andere -onduidelijk gebleven- omstandigheden. Neuroloog N steunt eiseres weliswaar maar zijn wijze van redeneren verdraagt zich niet met de ten deze toepasselijke maatstaf van een voldoende geobjectiveerde wijze van vaststelling van feiten; welke maatstaf des te strikter moet worden aangehouden bij een beroep op een ziektebeeld/stoornis waarover naar de huidige stand van de wetenschap in de kring van deskundigen geen breed gedragen overtuiging bestaat, in die zin dat dit bestaat en een gevolg is van een ongeval als door eiseres overkomen. Hoewel hier niet direct van toepassing wijst de rechtbank er op dat een dergelijke wijze van redeneren al vele jaren niet wordt geaccepteerd in de zeer uitgebreide sociale verzekeringsrechtspraak over objectivering van klachten en aangegeven functionele beperkingen. In die rechtspraak spelen voor een groot deel dezelfde vragen als hier aan de orde (vgl. onder meer RSV 1995/2, RSV 1998/47 met noot Bockting en CRvB 6 oktober 1998, AAW/WAO 96/9068 over de verschillen van inzicht in de medische wereld bij de diagnose whiplash).

Advocaten

  • A. Volders
  • F.P. de Jong
  • H.J. de Ruijter
  • J.J. Reiziger

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.