Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2012:BY6305

Rechtbank Arnhem · 22-11-2012 · zaaknummer 12/428

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen aanhoudingsbesluit bouwvergunning eerste fase terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaard. Van de juistheid van dit besluit, dat in rechte onaantastbaar is en verweerder ook zelf niet heeft herroepen, dient te worden uitgegaan. Eiseres beroept zich dienaangaande ook op de rechtszekerheid en betoogt dat, nu verweerder in dat aanhoudingsbesluit heeft geoordeeld dat de bouwaanvraag niet in strijd was met het bestemmingsplan, verweerder van dat oordeel niet meer mocht terugkomen. Gelet op een uitspraak van de ABRS van 19-09-2007, LJN: BB3847, mag verweerder slechts terugkomen van dat oordeel omtrent de strijdigheid met het bestemmingsplan indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden dan wel een door een derde gemaakt bezwaar. Gegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen mededeling dat een bouwvergunning van rechtswege tot stand is gekomen. De mededeling dat de bouwvergunning van rechtswege is verleend, is ten onrechte gedaan, want de bouwaanvraag is in strijd met het bestemmingsplan. Voormelde uitspraak van de Afdeling van 19 september 2007, bezien in samenhang met het in rechte vast staand aanhoudingsbesluit van 4 maart 2009, staat niet aan dit oordeel in de weg. De vraag of sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan in het kader van de beoordeling of van rechtswege een bouwvergunning is ontstaan, vergt immers een afzonderlijke beoordeling van de rechter, zoals volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld een uitspraak van 23 september 2009, LJN: BJ8275. Het oordeel van verweerder, ook als dat in rechte vaststaat en temeer als het is gegeven via een aanhoudingsbesluit, is aldus niet doorslaggevend. Voorts zou anders in strijd met de wet een bouwvergunning ontstaan en dat strookt niet met vaste rechtspraak van de Afdeling, onder meer een uitspraak van 3 juni 1988, LJN: AN0396, dat in strijd met de wet geen bouwvergunning kan worden verleend. Bovendien was in dit geval sprake van een bezwaar van een derde. Indien verweerder in bezwaar tot het oordeel komt dat geen bouwvergunning van rechtswege is ontstaan, dient het de bezwaren niet niet-ontvankelijk te verklaren omdat geen besluit in de zin van de Awb voorligt. In navolging van de uitspraak van de Afdeling van 6 oktober 2010, LJN: BN9548, dient in een dergelijk geval het bezwaar gegrond te worden verklaard en te worden bepaald dat de mededeling dat de bouwvergunning van rechtswege is verleend, ten onrechte is gedaan.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.