ECLI:NL:RBARN:2012:BY1554
Rechtbank Arnhem · 17-10-2012 · zaaknummer 227999
Inhoudsindicatie
Rabobank vordert na vermindering van eis - samengevat - veroordeling van gedaagde tot betaling van € 51.242,21. De grondslag van de hoofdvordering is het laten ontstaan van een ongeoorloofd debetsaldo bij het krediet en gedaagdes hoofdelijke verbintenis tot aanzuivering daarvan. Uit de overgelegde kopie van het financieringsvoorstel blijkt dat in elk geval dit document niet is meegetekend door de echtgenote van gedaagde en gesteld noch gebleken is dat zij nadien alsnog haar toestemming heeft gegeven voor deze rechtshandeling van gedaagde. In dit geding doet het ontbreken van die toestemming verder niet ter zake. Nog daargelaten of, gelet op het vijfde lid van artikel 1:88 BW, die toestemming in dit geval wel was vereist, moet in elk geval worden vastgesteld dat gesteld noch gebleken is dat de voormalige echtgenote van gedaagde de rechtshandeling van gedaagde daadwerkelijk heeft vernietigd, terwijl op grond van artikel 1:89 lid 1 BW alleen deze echtgenote een beroep kan doen op de vernietingingsgrond. Gedaagde kan dit niet. Vordering wordt toegewezen.
Rechters
Advocaten
- D. de Beijer
- F.J.M. Drykoningen
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
