ECLI:NL:RBARN:2012:BY0615
Rechtbank Arnhem · 16-10-2012 · zaaknummer 12/2691
Inhoudsindicatie
Aan eiser is een last onder dwangsom opgelegd wegens het met het bestemmingsplan strijdig gebruik van zijn perceel. De vraag waar parijen over twisten is of eiser als overtreder is aan te merken, nu zijn zoons de met het bestemmingsplan strijdige activiteiten verrichten. In onderhavig geval is het bestemmingsplan tot stand is gekomen onder de WRO, het ontwerp daarvan is immers voor 1 juli 2008 ter inzage gelegd. Om deze reden is artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo niet van toepassing. Teruggevallen moet worden uitsluitend op het desbetreffende gebruiksvoorschrift in de bij het bestemmingsplan behorende voorschriften. Uit gebruiksvoorschrift van het bestemmingsplan volgt dat het verboden is de gronden te gebruiken in strijd met de gegeven bestemming. Uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 20 april 2011 (LJN: BQ1899) volgt dat dit verbod zich niet tevens richt tot degene die de gronden of opstallen in gebruik geeft of laat gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat eiser als overtreder is aan te merken. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 9 november 2011 (LJN: BU3757) heeft bepaald is degene die zonder tussenkomst van een ander een pand verhuurt ten behoeve van een met het bestemmingsplan strijdig gebruik, als gebruiker en daarmee overtreder aan te merken. In dit geval stelt eiser de agrarische bebouwing aan zijn zoons ter beschikking voor het verrichten van niet-agrarische, met het bestemmingsplan strijdige, activiteiten. Eiser ontvangt voor het ter beschikking stellen van de bebouwing van zijn zoons een vergoeding, Naar het oordeel van de rechtbank kan deze situatie worden gelijkgesteld met de verhuur van een pand zonder tussenkomst ten behoeve van strijdig gebruik. Daarnaast is eiser, door de samenwerking tussen hem en zijn zoons bij de uitvoering van de niet-agrarische activiteiten, waarbij de agrarische bebouwing in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt, ook te beschouwen als medepleger van de door zijn zoons gepleegde overtreding van het gebruiksverbod en derhalve, gelet op artikel 5:1, tweede lid, van de Awb, als overtreder.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
