ECLI:NL:RBARN:2012:BX9476
Rechtbank Arnhem · 09-10-2012 · zaaknummer 233842 / 233845
Inhoudsindicatie
Er ligt een veroordelend arrest van het hof Arnhem waarin eisers zijn veroordeeld om aan gedaagde A een schadevergoeding van € 36.900,00 te betalen, omdat zij aan gedaagde A een woning met aanbouw zonder bouwvergunningen hebben verkocht en daardoor aansprakelijk zijn voor de daaruit voor gedaagde A voortvloeiende schade. Om de executie van het arrest van het hof door gedaagde A tegen te houden hebben eisers naast gedaagde A ook de gemeente Nijmegen in een apart kort geding gedagvaard. Vanwege de samenhang zijn de zaken gevoegd behandeld. Eisers zijn het niet eens met het oordeel van het hof over de publiekrechtelijke status van de woning en de daarbij behorende aanbouw. Zij zijn van mening dat voor de woning geen omgevingsvergunning behoeft te worden aangevraagd en dat de aanbouw niet in strijd is met het geldende bestemmingsplan en dus legaliseerbaar is, althans dat wegens het (eventueel) ontbreken van vergunningen niet handhavend kan worden opgetreden tegen de woning en de aanbouw, zodat de aanbouw niet afgebroken hoeft te worden. Zij willen dat hierover een publiekrechtelijk besluit van deze strekking genomen wordt door B&W als het daartoe bevoegde bestuursorgaan en eisen in de kort geding procedure tegen de gemeente dat de gemeente dat aan B&W opdraagt. Het kort geding tegen de gemeente heeft volgens eisers subsidiair tot doel de gemeente te laten veroordelen in het betalen van een voorschot op de schade die voor eisers voortvloeit uit het arrest van het hof en ontstaan is door het onrechtmatig handelen van de gemeente met betrekking tot de woning en de aanbouw. In het executiegeschil tegen gedaagde A vorderen eisers dat de executie van het arrest van het hof wordt geschorst totdat het college van B&W het door eisers gewenste besluit neemt over de publiekrechtelijke status van de woning en de aanbouw, hetgeen dan een nieuw feit is ten opzichte van de feiten die het hof bij het wijzen van het arrest tot uitgangspunt heeft genomen. Met dit nieuw feit staat dan vast dat gedaagde A de schade die voortvloeit uit het ontbreken van bouwvergunningen voor de woning en de aanbouw, waartoe eisers in het arrest van het hof jegens gedaagde A zijn veroordeeld, niet hebben geleden en ook niet zullen lijden. Aan dit arrest ontvalt dan de (feitelijke) grondslag voor de toegewezen schade, zodat de tenuitvoerlegging van het arrest misbruik van executiebevoegdheid oplevert, aldus eisers. De beide vorderingen van eisers in het kort geding tegen de gemeente worden afgewezen. De eerste vordering komt er op neer dat de gemeente B&W moet bevelen een formeel besluit te nemen over de publiekrechtelijke status van de woning en de aanbouw overeenkomstig het standpunt van eisers hierover. Deze vordering kan reeds niet worden toegewezen omdat de gemeente niet bevoegd is B&W, een zelfstandige en onafhankelijke bestuursorgaan dat zijn eigen besluiten neemt binnen het kader van zijn wettelijke taken en bevoegdheid, op te dragen een besluit van bepaalde inhoudelijke strekking te nemen. Een wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Het gevorderde voorschot op de schade van eisers wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de gemeente jegens eisers onrechtmatig zou hebben gehandeld. De vordering van eisers in het executie kort geding tegen gedaagde A wordt deels toegewezen. De voorzieningenrechter maakt in de door het hof toegewezen schadevergoeding van € 36.900,00 onderscheid tussen het bedrag van € 10.000,00 dat betrekking heeft op de woning en het bedrag van € 26.900,00 dat betrekking heeft op de aanbouw. De executie van het bedrag van € 10.000,00 dat betrekking heeft op de woning levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter misbruik van executierecht op, zodat er aanleiding is om de executie hiervan op te schorten. Daartoe is van belang dat de woning op grond van gewijzigde regelgeving, in het bijzonder met de inwerkingtreding van de Wabo, niet meer vergunningplichtig is. Dit betekent dat de situatie waarvan het hof was uitgegaan, te weten dat de woning vergunningplichtig is en dat voor legalisatie van de woning alsnog een aanvraag voor een bouw- c.q. omgevings¬vergunning ingediend moet worden door gedaagde A, thans is veranderd. De woning is onder de Wabo niet vergunningplichtig zodat gedaagde A geen omgevingsvergunning meer hoeft aan te vragen om de woning gelegaliseerd te krijgen en aldus daarvoor geen kosten hoeft te maken. Dit betekent dat gedaagde A geen kosten meer hoeft te maken voor legalisatie van de woning, zodat deze schade, welke door het hof begroot is op € 10.000,00, door hem niet meer zal worden geleden. Onder deze omstandigheden kan de executie van dit deel van het arrest tot een voordeel voor gedaagde A leiden dat hem niet toekomt. Wat betreft de executie van de rest van de door het hof toegewezen schadevergoeding, dat betrekking heeft op de aanbouw, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de schadeveroorzakende situatie ten aanzien van de aanbouw, waarvan ook het hof in zijn arrest is uitgegaan, niet is veranderd, zodat er geen aanleiding is om de executie van het arrest, voor zover het betreft de toegewezen schadeposten van € 26.900,00 met betrekking tot de aanbouw, te schorsen.
Rechters
Advocaten
- E.M. Vos
- M.R.J. Baneke
- P.H.M. Essink
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
