ECLI:NL:RBARN:2012:BX9208
Rechtbank Arnhem · 25-09-2012 · zaaknummer AWB 11/3746
Inhoudsindicatie
Besluit tot afwijzing van de aanvraag van eiseres om naturalisatie tot Nederlander. Tot de beslissing op bezwaar heeft eiseres geen bewijs overgelegd van haar stelling dat zij staatloos is. Eerst na zitting van de Rb. heeft eiseres een beslissing van de gemeente en uittreksel uit de GBA overgelegd, waaruit blijkt dat zij vanaf die datum in de GBA als staatloos is geregistreerd. Verweerder betoogt dat dit bewijs bij de aanvraag, doch in ieder geval in de bestuurlijke fase, had moeten worden ingebracht, zodat het thans in deze procedure niet meer van belang is. Eiseres kan, zo stelt verweerder, een nieuwe aanvraag indienen, waarbij met de registratie in de GBA rekening zal worden gehouden. De Rb. oordeelt dat het bestuursrechtelijke bewijsrecht het mogelijk maakt in beroep nog nadere bewijzen in te brengen van eerder ingenomen standpunten. Het uittreksel uit de GBA is een dergelijk bewijs van het eerder ingenomen standpunt dat eiseres staatloos is. De omstandigheid dat het op de weg van eiseres ligt dit bewijs in te brengen, leidt er op zichzelf niet reeds toe dat eiseres niet voor het eerst in beroep met dit bewijs mag komen. De vraag wie wat moet bewijzen, heeft immers niet direct betrekking op wanneer dat bewijs moet worden geleverd. Een bepaling over wanneer welk bewijs moet worden ingebracht is noch in de RWN, noch in enige andere regelgeving ter zake opgenomen. Gelet op art. 4:2 lid 2 Awb en de goede procesorde ligt het in dit geval op de weg van eiseres om zoveel mogelijk bewijzen reeds in de bestuurlijke fase in te brengen, zodat zo volledig mogelijke besluitvorming kan plaatsvinden. Het kan derhalve onder omstandigheden rechtens niet mogelijk zijn om eerst in beroep met bewijzen te komen die eerder ook al hadden kunnen worden ingebracht. Echter, bij gebreke aan een wettelijke verplichting om bewijzen in de bestuurlijke fase in te brengen en in aanmerking genomen de opdracht aan de bestuursrechter om zaken meer finaal te beslechten en nieuwe besluitvorming ter zake te voorkomen, dient naar het oordeel van de Rb., ook bij dit soort zaken, uitgangspunt te zijn dat nader bewijs in beroep van eerder ingenomen stellingen bij de beoordeling van het beroep mag worden betrokken. Eerst indien het aanvoeren van bewijs in beroep strijdig is met de regels van de goede procesorde dient dit bewijs buiten beoordeling te blijven. In dit geval staat de goede procesorde er niet aan in de weg om de GBA-registratie bij de beoordeling van het beroep te betrekken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
