Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2012:BX7065

Rechtbank Arnhem · 04-09-2012 · zaaknummer AWB 11/3229

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte het beleid ten aanzien van de vrijstelling van het paspoortvereiste heeft gewijzigd. Voorheen was, indien een vreemdeling in de procedure tot verblijfsvergunning vrijgesteld was van paspoort en geboorteakte, deze vrijstelling tevens van toepassing voor de procedure tot naturalisatie. Niet nader gemotiveerd wordt waarom deze gelijkstelling thans is losgelaten. De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 31 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap volgt dat verweerder mag verlangen dat de vreemdeling de gestelde identiteit en nationaliteit met documenten onderbouwd. In welke omstandigheden welke documenten zijn vereist, wordt niet nader in algemeen verbindende voorschriften genormeerd, zodat verweerder in zoverre beleidsvrijheid heeft. Dat betekent dat de keuze van verweerder om voortaan een paspoort en geboorteakte te eisen, ook in de omstandigheid dat deze niet in de procedure omtrent de verblijfsvergunning zijn verlangd, door de rechtbank slechts terughoudend mag worden getoetst. Dat betekent evenwel niet dat verweerder zijn, exceptief te toetsen, beleidswijziging in zoverre niet nader dient te motiveren. In het Tussentijds Bericht Nationaliteiten (TBN 2009/1) is in de toelichting nader gemotiveerd dat het beleid dat houders van een reguliere verblijfsvergunning die in dat kader waren vrijgesteld van het overleggen van een geldig buitenlands paspoort en een buitenlandse geboorteakte bij een verzoek tot naturalisatie daarvan tevens ware vrijgesteld, niet langer wordt gevoerd. Thans wordt bij een verzoek tot naturalisatie ook in dat geval een paspoort en geboorteakte vereist, tenzij sprake is van bewijsnood. De redenen van deze beleidswijziging zijn dat de gevolgen van de verkrijging van het Nederlanderschap verstrekkender zijn dan de gevolgen van het verkrijgen van een verblijfsvergunning en dat de betrokkene meer tijd heeft gehad om aan documenten te komen. De rechtbank acht deze motivering, gelet op de aan verweerder toekomende beleidsvrijheid, genoegzaam. Dat, zoals eiser stelt, deze redenen niet nieuw zijn en ook al eerder bestonden, geeft geen aanleiding tot een ander oordeel, omdat ook gewijzigde inzichten tot beleidswijziging aanleiding mogen geven. Daarbij is voorts van belang dat het beleid erin voorziet dat bij een vreemdeling waarvan is vastgesteld dat deze geen paspoort of geboorteakte kan overleggen daarvan alsnog wordt vrijgesteld via een beroep op bewijsnood

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.