ECLI:NL:RBARN:2012:BX6372
Rechtbank Arnhem · 22-08-2012 · zaaknummer 222200
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat gedaagde de levering van energie als zodanig niet heeft betwist en evenmin heeft bestreden dat, zoals Liander heeft gesteld, vanaf 1 juni 2010 nota’s en jaarafrekeningen door of ten behoeve van Liander op naam van gedaagde zijn gesteld. Het is de verantwoordelijkheid van gedaagde als (onder-) huurder toe te zien op die poststukken. Liander heeft er dan ook gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat er een transportovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. De bewijslast van de stelling dat zij aan gedaagde een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van haar algemene voorwaarden kennis te nemen – en dus van de in artikel 6:234 lid 1 onder a BW bedoelde terhandstelling daarvan – rust op Liander (zie HR 11 juli 2008, NJ 2008, 416). Nu namens Liander geen te bewijzen stellingen zijn aangevoerd inhoudende dat de algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld, dient het beroep van gedaagde op vernietiging van de algemene voorwaarden – zo die al van toepassing zijn – te worden gehonoreerd. Aan de algemene voorwaarden zal dus bij de beoordeling van het geschil voorbij worden gegaan. Het voorgaande leidt evenwel niet tot de conclusie dat Lianders vordering moet worden afgewezen. Ook afgezien van de algemene voorwaarden moet manipulatie van de meter en het illegaal afnemen van elektriciteit ten behoeve van een hennepplantage, zoals Liander stelt dat ook aan de adres is gebeurd, in beginsel worden beschouwd als een tekortkoming van de contractuele wederpartij jegens de netbeheerder, die immers verantwoordelijk is voor de meetinrichting en voor het op spanning houden van het net. Dat betekent dat moet worden beoordeeld of daarvan sprake is. Gedaagde heeft aangevoerd dat hij geen bemoeienis heeft gehad met de hennepkwekerij. De rechtbank is van oordeel dat op gedaagde, de contractspartij van Liander, de verplichting rust te zorgen voor en toe te zien op correct gebruik van de aansluiting en de meetinrichting. Dat vloeit voort uit de aard van de contractuele verhouding tussen de partijen. Gesteld noch gebleken is dat de aansluiting en de meetinrichting zich niet in de macht van gedaagde, de contractspartij van Liander, hebben bevonden. Aan de zorgplicht van gedaagde doet niet af dat hij de ruimte van het aansluitadres aan een derde ter beschikking heeft gesteld. Daarop heeft Liander immers geen invloed. Het voorgaande betekent dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming, zodat gedaagde verplicht is de schade die Liander heeft geleden, te vergoeden. De rechtbank zal wel het verweer honoreren van gedaagde ten aanzien van de verschuldigdheid van btw. In het arrest van het hof te Arnhem van 9 november 2010, LJN BO4661, wordt immers het door gedaagde gehuldigde standpunt bevestigd dat diefstal niet onder de Wet op de Omzetbelasting valt omdat niet kan worden gesproken van overdracht of levering van een goed. De btw over de geleverde elektriciteit en de daarover geheven energiebelasting wordt dan ook afgewezen.
Rechters
Advocaten
- E. Tas
- F.M.Th
- J.G. Keizer
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
