ECLI:NL:RBARN:2012:BX6339
Rechtbank Arnhem · 08-08-2012 · zaaknummer 225180
Inhoudsindicatie
Hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de gang van zaken rondom de ontslagbesluiten en de schorsing maken het ontslag op zichzelf al kennelijk onredelijk (zie onder meer Hoge Raad 18 april 1997, LJN: .......)). Eiser heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij is overvallen door het besluit hem te schorsen, dat hij op dat besluit ook niet is gehoord en dat op dat moment het besluit hem te ontslaan in feite al was genomen zodat van een raadgevende stem geen sprake kon zijn. Daar komt nog bij dat de belangen van gedaagde bij het ontslag niet zodanig zijn dat deze zonder meer opwegen tegen de belangen van eiser bij het behoud van zijn baan. Gedaagde heeft onvoldoende duidelijk kunnen maken dat eiser een verwijt kan worden gemaakt van de slechte resultaten van gedaagde en dat zijn ontslag de oplossing voor die problemen vormde. Duidelijk is wel dat betrokkene geen vertrouwen meer had in eiser, maar in hoeverre eiser in het ontstaan van die vertrouwensbreuk een aandeel heeft gehad is niet helder geworden. De rechtbank ziet in elk geval in de door gedaagde aangevoerde en door eiser betwiste argumenten geen aanleiding om eiser van die vertrouwensbreuk een verwijt te maken. Het ontslag is dus naar het oordeel van de rechtbank kennelijk onredelijk. De vraag rijst vervolgens welke vergoeding eiser toekomt.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
