Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2012:BW0206

Rechtbank Arnhem · 23-03-2012 · zaaknummer 627300 Cv Expl. 09-5503

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Arbeidsovereenkomst zou beëindigen op grond van overeenkomst tussen partijen op 1 oktober 2008 onder toekenning van een bedrag van € 400.000,- door werkgever aan werknemer. Ontslag op staande voet op 29 september 2008. In conventie wordt de nietigheid van het ontslag op staande voet en o.a. betaling van de beëindigingsvergoeding gevorderd en in reconventie schadevergoeding ad € 231.196,15 en nader op te maken bij staat. Vorderingen in coventie worden afgewezen. Werknemer heeft meermalen kosten in rekening gebracht bij SKU in de wetenschap dat hij geen aanspraak op vergoeding van deze kosten had. Hij heeft zodoende in ernstige mate het vertrouwen dat SKU in hem had geschonden. Een dergelijk handelen is niet verenigbaar met een arbeidsovereenkomst, waarin partijen zich als goed werkgever respectievelijk goed werknemer naar elkaar moeten gedragen. Dit geldt te meer, nu werknemer als hoogleraar en afdelingshoofd een voorbeeldfunctie vervulde. Deze feiten, zowel op zich als tezamen, hebben tot gevolg dat van SKU na ontdekking van deze feiten redelijkerwijs niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De persoonlijke omstandigheden van werknemer, waarbij hij zich beroept op de schade aan zijn naam en reputatie door het ontslag op staande voet en het feit dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 oktober 2008 zou eindigen, leiden niet tot een ander oordeel, gezien de aard en de ernst van de dringende reden. Nu de arbeidsovereenkomst door het ontslag op staande voet reeds per 29 september 2008 rechtsgeldig is geëindigd, is een beïndiging met wederzijds goedvinden per 1 oktober 2008 door middel van de beëindigingsovereenkomst niet meer aan de orde. Aan het beroep van SKU op vernietiging, althans ontbinding van de beëindigingsovereenkomst wordt dan ook niet toegekomen. Dit betekent dat de conventionele vorderingen voor zover betreffende nakoming van de beëindigingsovereenkomst als ongegrond worden afgewezen. Hetzelfde geldt ook voor de conventionele schadevordering, gebaseerd op verzuim in de nakoming van meergenoemde overeenkomst en handelen in strijd met art. 7:611 BW. In reconventie wordt schadevergoeding ad € 177.888,16 en nader op te maken bij staat toegewezen.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.