ECLI:NL:RBARN:2012:BV3434
Rechtbank Arnhem · 30-01-2012 · zaaknummer 12/128,129 en 130
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris afgewezen. Uit een rechtshulpverzoek dat is geschreven om te bewerkstelligen dat aan een getuige door een ander land immuniteit wordt verleend, kan in beginsel geen vooringenomenheid van de rechter-commissaris die het rechtshulpverzoek heeft opgesteld worden afgeleid. Bijzondere omstandigheden die dat in dit geval anders maken hebben zich niet voorgedaan. De vooringenomenheid zou blijken uit twee zinsneden uit het rechtshulpverzoek van de rechter-commissaris. De wrakingskamer oordeelt dat deze zinsneden voor meerdere uitleg vatbaar zijn, waaronder ook de uitleg waarvan de rechter-commissaris bij het opstellen van het rechtshulpverzoek is uitgegaan. Verder is de rechtbank van oordeel dat deze zinsneden in de context van het rechtshulpverzoek moeten worden bezien. Al deze feiten en omstandigheden in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat de door de rechter-commissaris gebruikte formuleringen niet tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van vooringenomenheid. Ook de grief dat de vooringenomenheid van de rechter-commissaris zou blijken uit zijn opstelling tijdens de getuigenverhoren kan niet slagen, nu concrete feiten en omstandigheden waaruit deze vooringenomenheid zou kunnen worden afgeleid niet zijn aangevoerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A.E. van der Wal
- D. van der Landen
- D.R. Doorenbos
- J.H. van der Werff
- O.P.G. Vos
- V.S.T. Leenders
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
