ECLI:NL:RBARN:2011:BU4371
Rechtbank Arnhem · 14-11-2011 · zaaknummer 779635 VV Expl. 11-20113
Inhoudsindicatie
Rechtsvermoeden 7:610b BW. Bij vaststellen van de omvang van de arbeidsovereenkomst gaat de kantonrechter uit van een referentieperiode van een jaar. Werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de periode van drie maanden waarop de werknemer zich heeft beroepen, onvoldoende representatief is. Werkgever heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat de werknemer – nu deze aanspraak heeft gemaakt op het rechtsvermoeden van 7:610b BW – als deeltijdmedewerker dient te worden aangemerkt (en niet langer als oproepkracht). Op basis van de cao bepaling ten aanzien van deeltijdmedewerkers heeft werknemer in dit geval geen aanspraak op uitbetaling van overuren. Boete voor het niet goed vastzetten van de lading komt voor rekening van werknemer. Geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan werkgever ex 7:611 BW gehouden is de boete voor zijn rekening te nemen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
