ECLI:NL:RBARN:2011:BU3544
Rechtbank Arnhem · 17-10-2011 · zaaknummer 220475
Inhoudsindicatie
Aanbestedingsrecht. De gemeente heeft in dat verband verklaard dat de omzeteis in art. 3.4.1 leidraad een minimumeis is die gesteld wordt aan de financiële stabiliteit en continuïteit van de gegadigden en dat vervolgens op grond van art. 3.5. onder III leidraad aan de hand van de, door de gegadigden die deze ondergrens hebben gehaald, ingestuurde financiële gegevens wordt uitgemaakt welke van die gegadigden financieel het meest solide zijn. Dat laatste weegt dan vervolgens mee voor de bepaling van de zes gegadigden die worden toegelaten tot de gunningfase, waarna de opdracht gegund zal worden aan de tot die zes geselecteerde gegadigden behorende gegadigde met de laagste prijs. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter mag van een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde worden verwacht dat hij art. 3.4.1 leidraad in samenhang bezien met het bepaalde in art. 3.5, 3.6, 4 en 4.1 leidraad, ook zo heeft begrepen. Dat dus eerst de ondergrens van art. 3.4.1 leidraad moet worden gehaald en dat vervolgens aan de hand van financiële gegevens die op grond van art. 3.5 onder III leidraad zijn ingediend, beoordeeld wordt wie van de gegadigden die de omzetdrempel van art. 3.4.1. leidraad hebben gehaald, er in de afgelopen jaren financieel het beste hebben voorgestaan en dat nog steeds doen. Bij beide aspecten gaat het om financiële continuïteit en stabiliteit. Het is begrijpelijk dat de gemeente daarmee wil bereiken dat zij met een financieel zo solide mogelijke contractspartner in zee gaat om zomin mogelijk risico te lopen dat de opdracht niet of niet voortvarend zal worden uitgevoerd. Duidelijk is dat een beroep op de omzethistorie van een inmiddels gefailleerde vennootschap niet in lijn ligt met de hiervóór weergegeven kennelijke bedoeling van art. 3.4.1 in samenhang met 3.5 onder III leidraad. Een faillissement duidt immers niet op een onderneming met financiële stabiliteit. Een beroep op de omzetgegevens van een gefailleerde vennootschap - zoals Kemkes heeft gedaan - biedt ook geen enkele garantie dat een nog slechts sinds kort bestaande nieuwe vennootschap in het kader van een doorstart wel die financiële stabiliteit zal hebben. Dit leidt er dan ook toe dat Kemkens niet heeft voldaan aan de minimumeis die in art. 3.4.1. leidraad is gesteld.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
