Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2011:BR0239

Rechtbank Arnhem · 29-06-2011 · zaaknummer 207742

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het enkele feit dat de gemeente wegens de achterstalligheid in de betalingen reeds in 2001 bevoegd was het krediet op te eisen is onvoldoende voor het oordeel dat het volledige krediet opeisbaar was in de zin van artikel 3:307 lid 1 BW. Veeleer is sprake van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 3:307 lid 2 BW. De verjaringstermijn van een dergelijke vordering vangt aan nadat de schuldeiser heeft medegedeeld tot opeising over te gaan. Yildirim gaat er van uit dat de brief van de gemeente van 7 februari 2007 stuitende werking heeft. In de periode tot februari 2002 (dat wil zeggen vijf jaar vóór die brief) is van een mededeling tot opeising van het gehele krediet echter geen sprake geweest. Het verweer dat de vordering van de gemeente volledig is verjaard op grond van artikel 3:307 BW, wordt daarom verworpen. Het beroep op verjaring gaat echter wél op voorzover de vordering in 2001 reeds was opgeëist. Bij brief van 9 oktober 2001 heeft de gemeente gewezen op de achterstand van fl. 4.800,00. Dat kan bezwaarlijk anders worden begrepen dan als een opeising van dat bedrag (dat overigens is opgebouwd uit de ingevolge artikel 3 van de kredietovereenkomst maandelijks opeisbare bedragen van fl. 300,00). Dat wil zeggen dat er voor dat bedrag vanaf 10 oktober 2001 ingevolge artikel 3:307 BW een verjaringstermijn van vijf jaren is gaan lopen. Aangezien niet is komen vast te staan dat de verjaring is gestuit, moet de gevolgtrekking zijn dat de vordering tot een bedrag van fl. 4.800,00 (dus tot € 2.178,15) is verjaard. Over de overige verweren wordt als volgt overwogen. Voor het geval (en voorzover) de rechtbank mocht oordelen dat de vordering niet is verjaard omdat de overeenkomst niet is opgezegd en het krediet niet is beëindigd, heeft gedaagde aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen omdat de vordering in dat geval nog niet opeisbaar is. Dat verweer wordt eveneens verworpen. Hiervoor is weliswaar geoordeeld dat de correspondentie van de gemeente tot en met 14 november 2001 geen opzegging van het krediet inhoudt, maar dat neemt niet weg dat de gemeente in ieder geval bij de inleidende dagvaarding in de onderhavige procedure tot opeising van het gehele krediet is overgegaan. De gemeente heeft door overlegging van het verloop van het krediet voldoende inzicht gegeven in de opbouw van de vordering. Het verweer dat dat onvoldoende duidelijk is wordt als ongemotiveerd verworpen. Ook het verweer dat de gehanteerde rentepercentages onvoldoende duidelijk zijn, wordt gezien artikel 22 van de algemene voorwaarden (inhoudende dat het rentepercentage met inachtneming van het wettelijke maximum overeenkomstig de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt kan worden gewijzigd) als ongemotiveerd verworpen.

Advocaten

Partijen

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.