ECLI:NL:RBARN:2011:BQ5772
Rechtbank Arnhem · 17-05-2011 · zaaknummer 10/3260
Inhoudsindicatie
Het onbevoegdelijk maken van bezwaar en het onbevoegdelijk instellen van beroep betreft een gebrek dat binnen een op grond van artikel 6:6 van de Awb te stellen termijn hersteld kan worden door middel van het indienen van een machtiging conform het bepaalde in de statuten met betrekking tot de vertegenwoordiging in rechte van de rechtspersoon. De rechtbank stelt vast dat de brief van 13 november 2009, als reactie op een ingediende aanvraag, een concrete beoordeling bevat van de plicht om een ontheffing aan te vragen, toegespitst op de specifieke omstandigheden van het geval. Daarin wordt uitdrukkelijk vermeld onder welke condities geen ontheffingplicht ingevolge de Ffw voor de (bouw)activiteiten geldt. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 13 november 2009 een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen ook derden bezwaar kunnen maken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een ontheffing niet nodig is omdat het verlies van één steenuilterritorium ter plaatse, wordt opgevangen door het creëren van een geschikt ander territorium op de uitwijklocatie A.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
