ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4685
Rechtbank Arnhem · 13-04-2011 · zaaknummer 205548
Inhoudsindicatie
Hij legt aan zijn vordering ten grondslag dat de notaris pas tot uitbetaling over had mogen gaan nadat de termijn voor het instellen van hoger beroep tegen het kortgedingvonnis van 27 maart 2007 was verstreken, met andere woorden pas indien en nadat onherroepelijk en definitief was beslist wie van beide partijen in het gelijk werd gesteld. De rechtbank stelt het volgende voorop. De vraag of de notaris ten onrechte direct na het kortgedingvonnis heeft uitgekeerd betreft een vraag van uitleg van de tussen de partijen gesloten overeenkomst. Met name gaat het er dan om wat er tussen de curator en eiser is afgesproken over de voorwaarden waaronder de curator bereid was de beslagen op te heffen, wat daarover aan de notaris is medegedeeld en wat deze daaruit heeft mogen begrijpen. Ook bij de uitleg van een dergelijke overeenkomst zijn niet alleen de bewoordingen waarin de afspraak op papier is gesteld van belang, maar dient aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, de betekenis van dat beding dienen vast te stellen.
Rechters
Advocaten
- A.E.B. ter Heide
- A.J.C. Linssen
- F.A.M. Knüppe
- J.M.H. Römkens
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
