Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBARN:2011:BP5310

Rechtbank Arnhem · 02-02-2011 · zaaknummer 209559

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

BBI heeft voldoende processueel belang bij de provisionele vordering onder 4.a. Deze vordering hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die (met gedeeltelijke afwijzing, namelijk voor zover de gevorderde voorziening zou moeten voortduren tot drie maanden na het eindvonnis in de bodemzaak) voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Dat geldt niet voor de provisionele vorderingen onder 4b, reeds omdat deze voorzieningen een definitief karakter dragen en niet slechts voor de duur van de procedure kunnen worden gegeven. De kern van het geschil tussen de partijen betreft de vraag of de Gemeente BBI kan houden aan de in artikel 6 lid 1 onder e van die overeenkomst neergelegde einddatum van 31 december 2010. BBI heeft gesteld dat de Gemeente dat niet kan, omdat de vertraging in de uitvoering van de overeenkomst van 4 februari 2005 is veroorzaakt door (onvoorziene) omstandigheden aan de zijde van de Gemeente. Volgens de Gemeente is de opgetreden vertraging uitsluitend te wijten geweest aan BBI (Bosch). Gelet op deze tegenstrijdige standpunten van de partijen en de door hen ter staving daarvan over en weer in het geding gebrachte producties, staat vooralsnog geenszins vast of de Gemeente BBI al dan niet kan houden aan de overeengekomen einddatum. Naar de tussen partijen in het geschil zijnde feiten en omstandigheden zal nog een nader onderzoek plaats moeten vinden. Voor een dergelijk onderzoek is in het kader van deze incidentele procedure geen plaats. In die situatie moet worden bezien of van BBI kan worden gevergd dat zij de afloop van de bodemzaak afwacht. 8. Het is in beginsel aan (burgemeester en wethouders van) de Gemeente om met gebruikmaking van hun bevoegdheid daartoe handhavend op te treden tegen overtredingen van het geldende bestemmingsplan, zoals hier aan de orde. Mocht de Gemeente daartoe in dit geval overgaan, dan betekent dat niet zonder meer, zoals BBI heeft gesteld, het einde van haar onderneming. BBI kan dan immers gebruik maken van de voor haar openstaande bestuursrechtelijke rechtsmiddelen. In die desbetreffende procedure(s) kan dan (ook) de onderhavige kwestie aan de orde komen. Bij deze stand van zaken is er geen grond op de (onzekere) uitkomst van het geschil in de hoofdzaak vooruit te lopen. De incidentele vorderingdie kort gezegd de gemeente aanbiedt BBI te houden aan artikel 6 van de overeenkomst, van BBI moet daarom worden afgewezen.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.