ECLI:NL:RBARN:2010:BP3104
Rechtbank Arnhem · 04-12-2010 · zaaknummer 201323
Inhoudsindicatie
De rechtbank begrijpt de stellingen van Prorail aldus dat gedaagde c.s. door zich te beroepen op de in de transportakte vermelde kwijting, misbruik maakt van die bevoegdheid. De rechtbank is het eens met Prorail. Gedaagde C.V. is als partij bij de onderliggende overeenkomst aan de werkelijke bedoeling van de partijen gebonden. Er is sprake van onevenredigheid tussen het belang van gedaagden met de uitoefening van die bevoegdheid en het belang van Prorail, zodat zij daartoe in redelijkheid niet hebben kunnen komen, althans dat gedaagden deze bevoegdheid gebruiken voor een ander doel (het niet hoeven te betalen voor de cultuurgrond) dan de partijen hadden bedoeld (vergelijk: HR 22 oktober 2010, RvdW 2010, 1264). De gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- C.R. van Breevoort
- J.J. Hoekstra
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
