ECLI:NL:RBARN:2010:BP0965
Rechtbank Arnhem · 22-12-2010 · zaaknummer 201280
Inhoudsindicatie
De vordering van eiser komt in wezen neer op een vordering tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Ohra voert als verweer dat zij de verzekeringsovereenkomst heeft beëindigd op grond van artikel 7:928 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Ohra stelt dat eiser bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst ten onrechte geen melding heeft gemaakt van de klachten die hij sinds ongeveer 2001 had aan zijn voeten en van de klachten die hij vanaf begin juni 2005 had aan zijn rechtervoet. Had zij die informatie wel gekregen, zo stelt Ohra, dan zou zij de overeenkomst in het geheel niet zijn aangegaan. Daarom is zij ingevolge artikel 7:930 lid 4 BW geen uitkering verschuldigd.
Rechters
Advocaten
- D. van Kampen
- F.A.M. Knüppe
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
