ECLI:NL:RBARN:2010:BO4041
Rechtbank Arnhem · 10-11-2010 · zaaknummer 202529
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat van de hoofdzaak vooralsnog niet een zodanige vertraging is te verwachten dat het eveneens gerechtvaardigde belang van gedaagde hfdz./eis.inc. bij toewijzing van de incidentele vordering zou moeten wijken voor het belang van Deylenoord bij ononderbroken voortprocederen. Voorts kan in een later stadium indien daartoe aanleiding zou bestaan met toepassing van artikel 215 Rv in de hoofdzaak eerder uitspraak worden gedaan dan in de vrijwaringszaak.
Rechters
Advocaten
- J.A.M.P. Keijser
- W.J. Aardema
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
